Zomer op het doek – door Bas Zevenbergen

Het zal u niet ontgaan zijn dat de zomer de afgelopen dagen hard op de deur klopt. Code rood verdreef even code oranje (al hoop ik dat op het moment dat u dit leest, oranje nog steeds het straatbeeld bepaalt), de terrassen zijn overvol en het is vermakelijk om te zien hoe zonneaanbidders met een Trump-kleurtje het strand verlaten.

Het is dus ook absoluut niet moeilijk om een bijpassend schilderij bij deze klimatologische omstandigheden te vinden. En dan ook nog geschilderd door een Alkmaarse (groot)meester: de classicist met de klassieke naam Caesar Boëtius van Everdingen (1616/17–1678).

Hij schilderde dit meesterlijke portret: “Meisje met een brede hoed”. Omdat alle zomerse elementen op dit schilderij aanwezig zijn (de schittering, de geweldige schaduw bij haar ogen, op haar hals en schouder, de zachte huid, de licht satijnen jurk en het mandje met de pruimen), noemde de kunsthistoricus Weber dit een “allegorie op de zomer”. Maar hij wees ook op de sensualiteit die deze jonge dame uitstraalt en de aanwezige erotiek. In de beeldtaal van de 17e eeuw herkende men destijds al de dubbelzinnige betekenis van de pruim, en Van Everdingen heeft niet voor niets haar linkertepel geaccentueerd.

Maar Weber ging nog verder. Hij durfde de vergelijking aan met “Het meisje met de parel” van Vermeer. Ik ga met hem mee. Natuurlijk is het meesterstuk van Vermeer fascinerend, maar hier is meer aan de hand. Beide schilderijen ademen een rust en harmonie uit en er is sprake van interactie, maar bij Van Everdingen is de spanning net even voelbaarder.

Afb.1 Meisje met de brede hoed ca. 1650 (92 x 82 cm) @Rijksmuseum

De kunsthistoricus Albert Blankert heeft een andere kijk op dit schilderij. Hij denkt dat het een portret is van Helena (ook al zo’n klassieke naam) van Oosthoorn, de vrouw met wie Caesar in 1646 trouwde. Een sterk argument van hem is dat dit schilderij altijd in het bezit is gebleven van Van Everdingen. Een mooi liefdesportret dus voor boven de  schouw, met een duidelijk zomers accent.

TOP VAN NEDERLAND
Wat ernstig onderschat wordt, is dat Van Everdingen tot de één van de beste schilders van Nederland moet worden gerekend. Op jonge leeftijd beschilderde hij al in opdracht van Jacob van Campen de orgelluiken van de Grote Kerk. Rond 1650 kreeg hij van Van Campen en Constantijn Huygens de felbegeerde opdracht om mee te werken aan de beschildering van de Oranjezaal in Huis ten Bosch. Na zijn terugkeer in Alkmaar vervaardigde hij enkele grote schuttersstukken en gaf hij leiding aan een atelier met een groot aantal leerlingen.

Afb.2 Zelfportret ca. 1670 (96 x 75) @Stedelijk Museum Alkmaar

GEFORTUNEERD
Terwijl Rembrandt afstevende op een faillissement, Vermeer destijds onzichtbaar was en Jan Steen moeite had om het hoofd boven water te houden, schilderde Van Everdingen een vermogen bij elkaar.

Om zijn verdiensten in een breder perspectief te plaatsen, is het aardig om te vermelden dat een geschoolde arbeider in het midden van de 17e eeuw ongeveer 300 gulden per jaar verdiende.

De orgelluiken leverden Van Everdingen 2000 gulden op, de Oranjezaal 1800, en een Alkmaars schuttersstuk ongeveer 1500 gulden.

Toen hij in 1678 in zijn huis aan de Langestraat (in de buurt van het stadhuis) overleed, werd zijn vermogen geschat op ruim 10.000 tot 15.000 gulden. Omgerekend naar de huidige tijd is dat 1,5 tot 2 miljoen euro.

Het Stedelijk Museum organiseerde in 2016/17 een prachtige overzichtstentoonstelling over Caesar Van Everdingen en er zijn daar ook nu nog prachtige werken van hem te zien.

Maar misschien wordt het eens tijd voor een buste op het Canadaplein

Bas Zevenbergen
www.thefunpartofart.com