Wijn van Nederlandse bodem – door Nathan van Maurik
Wie aan wijngaarden denkt, ziet al snel de glooiende heuvels van Toscane voor zich, of de steile hellingen langs de Duitse Moezel. Het logische beeld dat we door de jaren heen ontwikkeld hebben bij de gedachten aan wijnbouw.
Bij wijnbouw denken we niet direct aan ons eigen nationale product. Maar ook in Nederland wordt er steeds meer, en vooral interessantere wijnbouw bedreven. Je hoeft er nauwelijks voor te reizen. In Langedijk groeien de druiven gewoon aan de ranken bij wijndomein De Koen. En tussen Alkmaar en Bergen ligt Wijndomein Bergen, waar je zelfs een eigen wijnrank kunt adopteren.
Toch ligt het zwaartepunt van de Nederlandse wijnbouw nog altijd elders dan in de Noord-Hollandse kop. In Gelderland bijvoorbeeld, waar bij Wijnhuis Goesbeek, onderdeel van het Nederlands Wijnbouwcentrum, geëxperimenteerd wordt met hybride druivenrassen die verrassend spannende wijnen opleveren.
Meer naar het zuiden, richting Zeeland, kom je uit bij Wijndomein De Kleine Schorre, gelegen in Schouwen-Duiveland. Hun wijnen hebben vaak een subtiel zilt karakter en zijn niet voor niets te vinden in de Business Class van KLM. Dat zegt wat mij betreft genoeg over de kwaliteit.
En dan is er natuurlijk de klassieker en misschien wel het meest bekende wijnhuis van Nederlandse bodem: De Apostelhoeve, boven op de Louwberg in Maastricht. Sinds 1970 een begrip. De combinatie van mergel, kiezel en löss, samen met de glooiende hellingen, levert hier wijnen op van hoge kwaliteit en zijn gastronomisch breed inzetbaar.
Wat mij de afgelopen jaren vooral is opgevallen, is de stijging in kwaliteit. Klimaatverandering speelt daarin misschien wel de grootste rol: meer zonuren, hogere temperaturen, waardoor de druiven beter rijpen dan ooit. Het jaar 2025 wordt gezien als misschien wel het beste oogstjaar uit de Nederlandse geschiedenis.
De vraag die mij daarom dan ook vaker dan eens bezighoudt, is: zijn we getuige van een kantelpunt? Blijft Nederlandse wijn een curiositeit, iets dat toeristen meenemen als souvenir? Of gaan we als Nederlandse consument de wijnen van Nederlandse bodem serieus nemen en mogen deze in één adem genoemd worden met de gevestigde wijnen uit bijvoorbeeld Italië, Frankrijk en/of Duitsland?
Als het aan mij ligt zeker. Gedurende de aspergeperiode een glas Riesling van De Apostelhoeve, of de Auxerrois van De Kleine Schorre bij je mosselpannetje. Je zou na het proberen van deze combinaties waarschijnlijk niet meer anders wensen. Beide wijnen zijn bij ons te koop zolang de voorraad strekt, want we blijven in Nederland in veel dingen klein, zo ook in de productie van wijn.
Nathan van Maurik