Wat kun je doen als je ongewenst gedrag op straat ziet? De 5 D’s uitgelegd
Je ziet het gebeuren: iemand wordt voor je neus lastiggevallen, je twijfelt even om in te grijpen… en dan is het voorbij. Later blijft het door je hoofd spoken. Herkenbaar? Je bent zeker niet de enige. Het overkomt bijna iedereen, want ingrijpen bij ongewenst gedrag op straat is spannend en roept veel vragen op. Toch blijkt uit onderzoek dat wanneer een omstander ingrijpt, in 79% van de gevallen de situatie positief verandert voor het slachtoffer. Dus: liever één keer te vaak gevraagd of alles oké is, dan één keer te weinig.
Het is heel menselijk om te aarzelen: je maakt je zorgen om je eigen veiligheid, je twijfelt of het écht grensoverschrijdend gedrag is, of je denkt: “Er zijn genoeg anderen die iets kunnen doen.” Dit heet het omstandereffect: hoe meer mensen toekijken, hoe minder verantwoordelijkheid je als individu voelt. Maar als iedereen zo denkt, gebeurt er uiteindelijk niets.
Stichting Fairspace leert omstanders vijf manieren om veilig en effectief te reageren op ongewenst gedrag: de 5 D’s. Je hoeft niet altijd de dader direct aan te spreken — er zijn meerdere manieren om het slachtoffer te helpen.
Spreek de persoon die zich misdraagt direct aan, of check bij het slachtoffer of alles oké is. Wees kort, duidelijk en voorkom escalatie. Voorbeelden: “Stop daarmee” of “Wat je doet is niet oké.” Dit vraagt lef en is niet altijd de veiligste optie, maar kan wel heel krachtig zijn.
Leid af! Doorbreek de situatie door bijvoorbeeld aan het slachtoffer de tijd te vragen, iets te laten vallen of tussenbeide te komen met een onschuldige vraag. Zo geef je het slachtoffer ruimte zonder de dader direct te confronteren.
Schakel hulp in van iemand met autoriteit, zoals personeel, een conducteur of beveiliger. Geen autoriteit in de buurt? Vraag een andere omstander om samen op te treden of hulp te halen. Hoe concreter je vraagt, hoe sneller mensen in actie komen.
Leg informatie vast: noteer wat er gebeurt, waar en wanneer, en hoe de betrokkenen eruitzien. Wees voorzichtig met foto’s of video’s, want dat mag niet overal. Je verslag kan het slachtoffer later helpen bij het melden van het incident.
Check na afloop hoe het met het slachtoffer gaat. Ook als je niet direct kon ingrijpen, kun je steun bieden door te zeggen dat je zag wat er gebeurde en dat het niet oké was. Vraag of je nog iets kunt doen of gewoon even bij de persoon blijven. Zelfs een meelevende blik kan al verschil maken.