Voor de zekerheid – Natasja van der Woude
Zijn zwager belde mij. Zijn gezondheid liet hem in de steek en de familie wilde alvast voorsorteren op het onvermijdelijke. Zijn overlijden. Niet omdat ze hem kwijt wilden, integendeel. Hij was niet iemand die graag over zijn einde sprak. Hij had al te veel afscheidsceremonies meegemaakt en wilde zijn nabestaanden niet met de organisatie hiervan opzadelen. Als het onderwerp ter sprake kwam, wuifde hij het weg met een grap, een kwinkslag of een opmerking die iedereen aan het lachen maakte. Serieus werd het zelden. Totdat we met elkaar aan tafel zaten.
Terwijl zijn vrienden, familie en buren vertelden dat hij nooit iets over zijn uitvaart had gezegd, bleek al snel het tegenovergestelde waar. Iedereen wist wel iets. Een vriend herinnerde zich een opmerking tijdens een verjaardag. Een buurman had ooit een gesprek met hem gevoerd op het bankje voor de winkel. Een kennis wist nog precies wat hij had gezegd tijdens een borrel.
Stukje bij beetje ontstond het beeld van een man die meer over zijn afscheid had nagedacht dan iemand ooit had vermoed. De terugkerende boodschap was dat er vooral geproost moest worden met een goed glas wijn. Op zijn leven. Op de mensen om hem heen. Op alles wat zijn leven rijk had gemaakt. En rijk was het. Niet door bezittingen of status maar door de mensen. Door vrienden die altijd binnen konden lopen. Door familie die vanzelfsprekend deel uitmaakte van zijn bestaan. Door zijn vriendin, buren, kennissen en klanten. Door gesprekken die spontaan ontstonden in zijn geliefde winkel, die hij ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd nog altijd runde.
Na zijn overlijden staken zijn vrienden de handen uit de mouwen. Er werd geschoven, opgeruimd en ruimte gemaakt in zijn monumentale winkelpand, midden in Alkmaar. Daar werd hij opgebaard. Niet in een uitvaartcentrum aan de rand van de stad maar op de plek waar zoveel van zijn leven zich had afgespeeld. Hier kon Alkmaar afscheid van hem nemen.
Mensen kwamen binnenlopen voor een laatste groet. Sommigen voor een paar minuten, anderen bleven langer om herinneringen te delen. Zijn winkel was nog één keer precies wat zij altijd was geweest: een plek waar mensen elkaar ontmoetten.
En natuurlijk had hij ook hierover nagedacht. Geen poppenkast, had hij gezegd. Dus bleef de kist gesloten. Althans, bijna. Boven op de kist stond een zwaailicht. Zo’n ouderwets oranje exemplaar. Via een draadje was het verbonden met een aan- en uitknop die in zijn handen was gelegd. Want stel je voor dat hij toch weer wakker zou worden. Hij was namelijk “als de dood voor de dood” en had hij dus jaren eerder zijn vriend plechtig laten beloven dat dit zwaailicht er zou komen. Voor de zekerheid. Je wist tenslotte maar nooit.
Sommige bezoekers keken eerst wat vreemd naar het tafereel. Totdat iemand het verhaal vertelde. Dan verscheen er een glimlach met soms zelfs een schaterlach want een zwaailicht op een uitvaartkist. Het klinkt absurd maar voor iedereen die hem kende, was het de meest logische zaak van de wereld.
Natasja van der Woude
www.natasjavanderwoude.nl