Vaste klanten (en een man in strak pak) – door Roos

Ik blijf het echt bijzonder vinden: dat mensen terugkomen. Dat ik vaste klanten heb. En dat ze dan niet één keer langskomen, maar vaker. Alsof ik voor iemand een soort vertrouwd plekje ben geworden.

En dat terwijl er hier om me heen zóveel is. Er staan 90 ramen gevuld met meisjes. Negentig. Dat is niet niks. En toch gebeurt het regelmatig dat ik een half uurtje, soms zelfs een uurtje bezig ben… en dat iemand dan gewoon blijft wachten. Niet ongeduldig, niet chagrijnig. Gewoon wachten. En dan zie ik ze soms al om het hoekje gluren. En zodra ik weer vrij ben, komt er meteen zo’n blij gezicht mijn kant op. Een glimlach. Een knikje. En dan stappen ze naar binnen alsof ze precies dáárvoor gekomen zijn: even mij zien.

Dat raakt me. Elke keer weer.
Er is ook één man die me altijd bijblijft. Een oud baasje, van buiten de stad. Daar hou ik eerlijk gezegd wel mijn hart voor vast, want hij komt met de auto helemaal deze kant op. Strak in het pak, altijd netjes.

Meestal op zondagmiddag. En ik geloof echt dat het voor hem een uitje is. Iets om naar uit te kijken.
Als hij binnenkomt, gebeurt er iets met hem. Dan lijkt het alsof hij er ineens tien jaar bij krijgt. Zijn ogen worden levendig, hij straalt. En het is niet eens dat het om “meer” gaat. Het gaat om aandacht. Om even dichtbij mogen zijn. Een knuffel, een hand, een warm moment. Gewoon menselijk contact. Ik zie die dankbaarheid zó duidelijk in zijn gezicht, dat enthousiasme… daar kan ik alleen maar stil van worden.

Hij is 85. En ik denk soms: alsjeblieft, rijd voorzichtig.
Ik heb hem laatst ook aan mijn buurvrouw voorgesteld. Dat vond hij helemaal geweldig. Dus nu heeft hij ineens twee “vriendinnetjes”. En soms geeft hij er nog een fooitje bij: “voor een bloemetje,” zegt hij dan.
En dan denk ik: hoe bijzonder is dit eigenlijk? Dat iemand zó blij kan worden van even gezien worden. En dat ik dat blijkbaar kan geven. Dat had ik nooit verwacht. Maar ik ben er stiekem wel trots op.

Liefs van Roos