Van vroeg opstaan tot paradijsvogels: het leven op de markt – door Alex Hoogland

De zaterdag is voor mij de leukste werkdag van de week; dan staan we met onze kraam op de Alkmaarse zaterdagmarkt. Natuurlijk, in de winkel werk ik ook met veel plezier, maar de markt is toch even anders: het voelt als een uitje voor me. De sfeer, de collega’s, de humor, en je kunt op een leuker manier iets brutaler zijn tegen de mensen.

Ik ging als 12 jarig jochie al met mijn vader mee naar de markt in Den Helder. “Zet je wekker maar om half vijf, dan loop je naar de winkel; heb ik de auto geladen en drinken we om vijf uur koffie bij oma boven de winkel.” Daar moet je tegenwoordig mee aankomen: een kind van twaalf om half vijf ’s ochtends over straat laten lopen, laat staan een werkdag van twaalf uur laten maken. Toen ging dat echter zo; het was bij de collega’s op de markt niet anders: iedereen had zijn zoon of dochter mee.

Op de markt aangekomen werd de auto achter de kraam geparkeerd en werd er om half zeven koffie gedronken met de collega’s in het café aan het marktplein, dat om zes uur open ging. Sterke verhalen vierden hoogtij: er was een collega met een vreemde vrouw in een hotel gesignaleerd (“Moet mijn broer zijn geweest.”) en er was iemand die na de paardenkoers in Alkmaar nog even had gedobbeld in het café aan de Nieuwpoortslaan, speelde de bookmakers los, en het was nog maar de vraag of hij er wel uitkwam. Een telefoontje (met de vaste telefoon nog) met een bekende motorclub en er was geen vuiltje meer in de lucht. Ik luisterde als twaalfjarige ademloos.

Zo hadden we ook een bakker op de markt staan voor wie de notenboer altijd een emmer warm sop meenam. Tot zover niks aan de hand, totdat hij voor de grap een keer zijn grote boodschap in die emmer had gedaan. 1 stofwolk over de markt , de notenboer voorop , de bakker met een stuk ijzer scheldend en vloekend achter hem aan.
Daarna bouwden we de kraam op en om 8 uur begon de verkoop. En als ik zeg “begon de verkoop”, dan begon het ook. Groenteboeren met 50 , 60 klanten voor de kraam om 8 uur was eerder regel dan uitzondering. Tegenwoordig zie je dat helaas steeds minder.

Het mooie van de markt zijn ook de paradijsvogels. Zo hadden we in Den Helder Piet Lont, die midden in de zomer in een Sinterklaaspak over de markt liep, soms met een rauwe makreel in zijn mond, of Carmelita, een grote Antilliaanse vrouw met een mand op haar hoofd. Ze hoorden erbij als de kers in de appelmoes bij Van der Valk. Niemand keek ervan op of om.

Hoewel de markt niet meer is zoals vroeger, is het nog steeds een plek die verbindt en mensen samenbrengt. “Even een rondje markt doen? Loempiaatje eten of een patatje halen? Ja, gezellig!”
Als je daarna met je boodschappen van de markt afloopt, neem dan gelijk een bloemetje voor je (schoon)moeder mee , kom je daar ook weer eens.
Zo zie je maar weer: de markt verbindt op velerlei vlakken.

Alex Hoogland