Van ver weg naar dichtbij: een middag die alles veranderde – door Júne van der Ende
Als student journalistiek volg ik intensief het nieuws in binnen- en buitenland. Want wat is er toch veel aan de hand op onze aardbol. In het algemeen klinkt het nieuws zo ver weg en is het moeilijk om ons te associëren met de oorlogen in andere landen en met situaties die we zelf nooit hebben meegemaakt, maar soms… komt het nieuws ineens heel dichtbij.
Afgelopen maand had ik een bewustwording. Het was donderdagmiddag, mijn schooldag zat erop en samen met wat klasgenootjes gingen we zoals ‘echte’ studenten de stad in. We kwamen terecht bij een leuk Utrechts restaurant en bestelden wat lunch en een cocktail i.v.m. happy hour. Plotseling werd ons potje ‘Zweeds pesten’ verstoord toen we een ontzettend harde knal hoorden en vervolgens het hele gebouw voelden trillen. Mijn hart sloeg een slag over toen ik achter me keek en alle mensen die voorheen aan het genieten waren van de mooie dag en rode striemen in hun handen hadden van de zware boodschappentassen, nu als een kip zonder kop door de straten renden. Voordat ik kon verwerken wat er gebeurde, klonk een tweede knal. Mijn vrienden en ik volgden iedereen naar buiten en begonnen de richting op te rennen waar het geluid vandaan kwam. Mijn gedachten tolden door mijn hoofd: ‘Wat gebeurt er? Was dat een aanslag? Waarom rent iedereen? Het klonk als een bom, laat het alsjeblieft geen bom zijn.’ Terwijl ik op straat stond te praten met een mevrouw die wanhopig vroeg wat er was gebeurd en waarom haar geliefde, die in de buurt woonde, niet opnam, klonk er een derde, doffere explosie. Veel mensen op straat spraken over een gaslek. De mensen die niet aan het praten, huilen of bellen waren, maakten zichzelf nuttig door auto’s weg te sturen en ruimte te maken voor de hulpdiensten.
Binnen een paar minuten stond de straat vol met politie- en brandweerauto’s. Een harde fluit klonk en een politieagent schreeuwde: ‘Iedereen weg hier, maak ruimte, naar achteren.’ Iedereen had een bezorgde blik op zijn gezicht. Mijn vrienden en ik besloten terug te keren naar het restaurant waar wij in alle haast en angst onze spullen hadden laten liggen. Nadat we onze nog openstaande rekening hadden betaald, liepen we naar buiten om vervolgens weer naar binnen te worden gestuurd door een politieagent. ‘Terug naar binnen, jullie mogen het pand niet verlaten!’, klonk het door de nu lege straten. Een half uur later zaten we nog steeds in het restaurant. Mijn klasgenootjes en ik waren druk bezig om onze familie op de hoogte te brengen van het nieuws en om ze te laten weten dat we het niet zouden redden om thuisavond te eten.
Om 16:25 uur verzamelde de bediening van het restaurant zich om ons heen om samen de extra NOS-uitzending op een laptop te bekijken. Ogen gevuld met afschuw en verdriet terwijl we naar de verwoestende beelden keken. ‘We hebben nog geen informatie over het aantal gewonden’, klonk het. In gedachten gingen we allemaal uit van het ergste. Ik zag de ogen van een vriend vullen met tranen. ‘Ik stond zó dichtbij. Ik heb nog met de mensen gepraat die met tuinslangen probeerden het vuur te blussen, ik liep weg om brandblussers te halen, ik was van plan ze te helpen. Toen vond de tweede explosie plaats. Stel dat ze nu…’ Maar hij maakte zijn zin niet af.
Na iets langer dan een uur in het restaurant te hebben gezeten, mochten we naar huis toe. We verlieten het gebouw. De seconden dat we buiten stonden, sloeg de enorme rooklucht toe; de stank was intens. Toen ik naar links keek, zag ik de media en de hulpdiensten verzameld op de Mariaplaats staan. Toen ik naar rechts keek, zag ik een groep mensen achter het politielint wanhopig een agent proberen te ondervragen over de omstandigheden. En toen drong het tot me door: ik stond aan de andere kant van het politielint.
Toen mijn vrienden en ik onder het lint doken om de weg naar huis te vervolgen, hoorde ik een man aan een agent vragen: ‘Ik heb honger, mag ik onder het lint door om bij dat tentje eten te halen? Ze hebben zulke lekkere gerechten.’
Als die dag mij nog niet genoeg had wakker geschud, dan had deze opmerking dat wel gedaan. Dat in momenten van paniek, chaos, onrust en angst er altijd mensen zijn die aan zichzelf denken.
Er zijn mensen die naar de explosie toe rennen of van de explosie weg rennen.
Een dag later kwamen we erachter dat er gelukkig geen doden waren gevallen bij de explosies. Dus uiteindelijk was er sprake van een vrij goede afloop. Maar wat ik me realiseerde, is dat sommige mensen ELKE dag in de angst leven die ik één middag heb meegemaakt. Niet wetend hoe het gaat met de mensen om je heen; in mijn geval waren dit vreemden, maar kun je je voorstellen dat het gaat over je vrienden of familie? Onwetend of je een huis hebt als je terugkomt van het werk. In Utrecht was de oorzaak een gaslek, maar kun je je voorstellen dat er explosies bij jou in de buurt zijn met als oorzaak een aanslag of een oorlog? Al met al hebben alle mensen die zich op die donderdag rond de Mariaplaats bevonden, ontzettend geluk gehad. Geluk dat we in Nederland zijn geboren, waar de oorzaak van een explosie inderdaad een gaslek is. Geluk dat hulpdiensten snel paraat staan. Geluk dat wij vrijheid hebben, terwijl dit voor andere mensen geen gegeven is.
Maar ook het geluk dat wij de kracht hebben om op te staan voor anderen, het geluk dat wij een positie hebben waarin wij mensen kunnen helpen.
Stel jezelf de vraag eens: ‘Wat zou jij doen? Ren je naar de explosie toe, om mensen en hulpdiensten te helpen? Of ga je in discussie met een agent omdat jij honger hebt?’
Júne van der Ende