Ik heb altijd een zwak voor de kermis. Niet zozeer voor de attracties, maar voor het spelletje, de illusie en het eenvoudige plezier.
Daar sta ik dan. Voor twintig euro aan muntjes in een bakje om dat binnen tien minuten te laten verdwijnen in een of ander apparaat met lichtjes en de bekende winnende geluidjes. Ik gooi met ballen die verdacht licht aanvoelen tegen blikken die verdacht stevig blijven staan. Ik vis naar een knuffel waarvan de grijparm precies genoeg kracht lijkt te hebben om hem nét niet mee te nemen.
We weten het.
En toch doen we mee. Tegen beter weten in.
Het fascineert me. Want de kermis is niet de enige plek waar we onszelf voor de gek houden. In de supermarkt leggen we producten in ons mandje waarvan we weten dat ze ons niet gezonder maken. Op de verpakking staan ingrediënten die ik zelfs met de hulp van ChatGPT niet kan thuisbrengen, maar de aanbieding is aantrekkelijk en de reclame vertelt ons dat we het verdiend hebben. Marketing weet dat allang. Niet omdat we dom zijn, maar omdat we mens zijn.
Psychologen hebben daar mooie namen voor. Present bias, bijvoorbeeld. We kiezen liever voor een kleine beloning nu dan voor een grotere beloning later. Een oliebol vandaag voelt aantrekkelijker dan een lager cholesterol over tien jaar.
Daarnaast zijn we kuddedieren. We willen erbij horen. Zelfs als we weten dat de kudde soms de verkeerde kant op loopt. De groep biedt veiligheid. Afwijken kost energie.
Eigenlijk zijn brood en spelen nooit weggeweest. De Romeinen wisten al dat vermaak een krachtig middel is. Tweeduizend jaar later gooien we geen gladiatoren meer de arena in, maar kopen we streamingabonnementen, stadionkaartjes en kermismuntjes.
Misschien is dat wel de ongemakkelijkste conclusie. We laten ons niet steeds opnieuw verleiden omdat we onvoldoende informatie hebben. We laten ons verleiden omdat ons brein plezier, gemak en saamhorigheid vaak belangrijker vindt dan principes of de lange termijn.
Neem het WK voetbal. Vrijwel iedereen om me heen vindt mensenrechten belangrijk. Vrijwel iedereen ergert zich aan de corruptie, de miljardenindustrie en een rode kaart die onterecht wordt ingetrokken (om maar iets te noemen). En toch zitten we massaal voor de televisie zodra het eerste fluitsignaal klinkt.
Waarom?
Omdat één persoon die niet kijkt niets lijkt te veranderen. Omdat de buurman wel kijkt. Omdat collega’s er de volgende ochtend over praten. Omdat voetbal nu eenmaal gezellig is.
Tegen beter weten in.
Ach, één keer dan.
Nog één poging om die veel te grote knuffel uit de grijpmachine te vissen.
En misschien is de kermis daarom wel een perfecte spiegel van de samenleving. We betalen graag voor de illusie dat deze keer de uitkomst anders zal zijn.
Terwijl we diep van binnen allang weten hoe het afloopt.
Ilse Ketser
www.ziedend.com