Spijkerboor weet al lang waar het thuishoort – door Devon Zwierenberg

Er is een plek in onze achtertuin waar ze ruim honderd jaar geleden serieus van plan waren het hele landschap onder water te zetten. Bij Spijkerboor, aan de rand van de Starnmeer, bouwden ze het grootste fort van de Stelling van Amsterdam. Kwam de vijand eraan, dan liep de polder vol en werd het water zelf de muur. De kanonnen op dat fort hadden een bereik dat van Alkmaar tot aan de Zuiderzee reikte. Zo dichtbij waren we toen al.

Dat fort staat er nog. De soldaten zijn vertrokken, en waar vroeger driehonderd man sliepen schenkt nu iemand koffie aan wandelaars. Maar het dorp eromheen is gebleven. Een handjevol huizen, een honderdtachtig mensen, een naam die de meeste Alkmaarders nog nooit hardop hebben uitgesproken.
En juist dat dorp klopt nu bij ons aan.
Terwijl Wormerland na jarenlang wikken en wegen voorzichtig richting Purmerend leunt, hebben de mensen van Spijkerboor allang hun eigen keuze gemaakt. Ze willen naar Alkmaar. Omdat hun leven die kant al op wijst. Hun kinderen fietsen naar school in West-Graftdijk, dat bij ons hoort. Hun hart ligt bij De Rijp, dat bij ons hoort. Toen er glasvezel in de polder kwam, was het Alkmaar die het regelde en niet Wormerland. En als je het de bewoners zelf vraagt, dan rijdt op de ene dag onze vuilniswagen voor en op de andere dag die van de buren. Twee gemeenten die om beurten hetzelfde afval ophalen. Je verzint het niet.
Wat me raakt is niet zozeer dat ze voor ons kiezen, maar waarom. Ze zeggen erbij dat Alkmaar volgens hen beter zorgt voor zijn buitengebied dan Wormerland dat deed. Dat is een compliment waar je stil van wordt. En tegelijk een rekening die we nog moeten betalen.
Want een dorp dat zich aan je toevertrouwt, doet dat in de hoop dat het gezien blijft. De mensen van Spijkerboor zijn bang om te verdwijnen in iets groots, om een vinkje te worden op een kaart die in Alkmaar wordt getekend. Die angst snap ik. Honderd jaar geleden was hun polder waardevol omdat hij onder water kon lopen. Het zou wrang zijn als wij ze nu binnenhalen en daarna laten verzuipen in onze eigen bureaucratie.
Dus laten we het anders doen. Laten we die gesprekken voeren met de houding van iemand die er een buur bij krijgt en niet een rekenpost. Een weg die goed ligt. Een wagen die komt wanneer hij hoort te komen. Een raad die de naam Spijkerboor over twee jaar nog moeiteloos uitspreekt.
De Waag woog ooit elke kaas tot op het pond, omdat eerlijkheid begint bij goed kijken. Laten we onze nieuwe inwoners met diezelfde aandacht wegen.
Welkom alvast, Spijkerboor. We hebben honderd jaar de tijd gehad om u te leren kennen. Het wordt tijd dat we het ook echt doen.
Devon Zwierenberg
voorzitter van Status Quo Alkmaar