- Columns
- 2 april 2026
Rust, wachten, hoop en de start van de aanval! – het verhaal van Jim
Jim van der Sluis (55 jaar) strijdt samen met zijn partner Miranda en zoon Thor tegen de ziekte kanker. Want zo’n strijd voer je nooit alleen: juist door er samen binnen het gezin over te praten, doe je het echt met z’n drieën.
Rust, wachten, hoop en de start van de aanval!
Daar schuifel je dan langzaam het Noordwest Ziekenhuis uit. Met de laatste instructies van de stomazorgverpleegkundige nog vers in mijn hoofd. Datzelfde hoofd dat de afgelopen maand al overuren draait.
Alles verwerken wat er gebeurd is… en ondertussen alweer vooruitkijken naar het volgende paaltje.
Begin januari.
Het gesprek met de oncoloog.
De start van het behandeltraject.
We schuifelen afdeling 431 af richting de lift. En ineens denk ik: hé… hier stond die fanfare te toeteren. Ik moet er weer even om lachen. De kerstgedachte komt toch nog even langs.
Buiten haal ik een flinke teug frisse lucht naar binnen. Heerlijk. De kou voelt eigenlijk best goed. Rijdend naar huis over de Singel zie ik de molen van Piet. En gek genoeg voelt dat meteen weer een beetje als thuiskomen. De stad die je kent. De stad die je even vastpakt.
Thuis krijg ik een bak koffie en plof neer op de bank. Een bank die ik de komende tijd waarschijnlijk nog vaak ga zien. We genieten met zijn drieën van ons thuis met een bakkie “troost”
Home sweet home.
Voor het eerst in tijden heb ik anderhalve week relatieve rust. Geen ziekenhuisafspraken, geen operaties, geen bloedprikken. Ik zou me bijna gaan vervelen…
Maar zover laat ik het natuurlijk niet komen.
Want over anderhalve week staat die afspraak gepland. De afspraak die de komende tijd ons leven behoorlijk gaat bepalen. Een periode vol onzekerheden. En ondertussen ook nog herstellen van de stoma-operatie.
Dan komt oud en nieuw.
Kerst vierden we in het ziekenhuis – niet per se mijn favoriete kersttraditie – en oud en nieuw proberen we thuis te vieren. Voor zover dat lukt.
Eigenlijk zouden we het met een mooie groep mensen vieren. Mijn gevoel zegt dat we begin van de avond toch even langsgaan. Ik moet ze gewoon even zien. Handje geven. Even lachen. Even voelen dat het normale leven nog bestaat.
Maar rond 22.00 uur vertrekken we alweer. Mijn lichaam geeft duidelijk aan dat het mooi geweest is. In de auto zitten we samen even stil. En ja… daar komen de tranen.
Soms wil je hoofd gewoon meer dan je lichaam aankan.
Om 00.00 uur staan we samen in de woonkamer. Geen groot feest. vuurwerk op de achtergrond. Gewoon wij twee.
We knuffelen elkaar stevig en kijken elkaar aan met tranende ogen. Niet wetend hoe onze winter, voorjaar en zomer eruit gaan zien.
Wat wij wel weten het zal zwaar worden voor ons.
Onze buurtjes geven ons een fles champagne. “Voor een mooi moment,” zeggen ze.
Ik weet eigenlijk al wanneer.
Na de laatste behandeling.
Dan gaat die kurk er met een rotgang af.
Zo begint ons nieuwe jaar. Een jaar vol onzekerheid.
Alle plannen gaan voorlopig even de koelkast in. En geloof me… die koelkast begint inmiddels aardig vol te raken.
Het eerste weekend staat de nieuwjaarsreceptie van de supportersvereniging van ons AZ op het programma. En gek genoeg voel ik daar juist veel behoefte aan.
Miranda – mijn privé taxichauffeuse, steun en rots in de branding – brengt me erheen.
Daar sta ik ineens weer tussen een groot deel van onze supportersgroep: De Derde Helft.
We proosten op AZ. Op het nieuwe jaar. En eigenlijk vooral op elkaar.
Even lachen. Even slap ouwehoeren. Even geen ziekenhuis, geen kanker, geen behandelingen.
Heel even voel ik me gewoon weer mezelf.
Niet ziek.
Gewoon een supporter die over voetbal staat te ouwehoeren.
Die avond val ik thuis met een grote glimlach en een flinke dosis vermoeidheid in slaap. En ergens in mijn slaap snurk ik waarschijnlijk in het ritme van:
Retteketet… AZ.
De dagen daarna doen we rustig aan. Samen een rondje schuifelen door de stad. Veel praten, de stoma vervangen – waar we ondertussen steeds handiger in worden. Dingen waarvan je vroeger dacht: dat kan ik nooit… blijken ineens gewoon onderdeel van je dag.
En natuurlijk denken we soms na over de toekomst.
Als ik me even niet goed voel, heb ik een nummer dat ik in mijn hoofd zing: Lemon Tree van Fools Garden. Dat nummer is voor mij inmiddels een soort mantra geworden.
Even achterom kijken mag.
Maar daarna moet je weer door.
Want wie stilstaat… valt om.
Het gesprek met de oncoloog komt dichterbij. We hebben onze vragen netjes opgeschreven. Goed voorbereid op pad.
We lopen weer richting het Noordwest Ziekenhuis. Anderhalve week niet geweest… en het voelt bijna alsof het maanden geleden is.
In die tijd hebben we de onderzoeksfase achter ons gelaten. Hersteld van de stoma-operatie. En proberen we voorzichtig vooruit te kijken.
Terwijl we naar het ziekenhuis lopen, realiseer ik me ineens dat de dagen alweer langer worden. De lente komt er straks weer aan.
Dat klinkt misschien klein.
Maar dat soort dingen geven kracht.
Het gesprek met de oncoloog verloopt prettig. Wat een kundige en vriendelijke arts. Duidelijk verhaal. Alles wordt rustig uitgelegd en al onze vragen worden beantwoord.
Dan komt het plan op tafel.
De aanval op de kankertumoren gaat beginnen.
We starten met vier CAPOX-kuren. Elke kuur duurt drie weken.
Na de 4de kuur wordt gekeken naar het resultaat en vervolg van de aanval, voor nu is dat nog koffiedik kijken.
Met een hoop informatie en een startdatum op zak lopen we met z’n drieën weer naar huis.
De volgende fase gaat beginnen.
De aanval.
En daarover neem ik jullie mee in mijn volgende blog.
Daarover later meer in een volgende column
Jim van der Sluis
