Ruim een op de drie verdrinkingen betreft iemand met niet-Nederlandse herkomst
In Nederland zijn in 2025 in totaal 100 inwoners verdronken. Van hen had 37 procent een niet-Nederlandse herkomst: het ging om migranten of om mensen van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren (tweede generatie). Daarnaast verdronken er 32 mensen die niet in Nederland woonden, zoals toeristen, tijdelijke werknemers of andere mensen zonder verblijfsstatus.
Het CBS baseert zich op voorlopige cijfers over doodsoorzaken. Ter vergelijking: in 2024 verdronken 113 inwoners, waarvan 27 procent een niet-Nederlandse herkomst had. In datzelfde jaar verdronken 39 mensen die niet in Nederland woonden.
Tien jaar: vooral mannen, vaak in open water
Kijk je naar de afgelopen tien jaar (2016–2025), dan verdronken jaarlijks gemiddeld 93 inwoners. Het ging daarbij vooral om mannen. Gemiddeld waren dat 62 mensen met een Nederlandse herkomst en 31 met een niet-Nederlandse herkomst. Ook verdronken er ieder jaar gemiddeld 30 mensen die niet in Nederland woonden.
De meeste verdrinkingen gebeuren in open water. In de afgelopen tien jaar verdronk 78 procent van de inwoners in open water, zoals een sloot, rivier, kanaal, gracht, recreatieplas, meer, vijver of in zee. Van de mensen die niet in Nederland woonden, verdronk 98 procent in open water.
Kinderen en jongeren: groter risico bij herkomst buiten Europa
In de periode 2016–2025 verdronken 930 inwoners. Daaronder waren 57 kinderen jonger dan 10 jaar en 53 kinderen en jongeren tussen de 10 en 20 jaar. Van deze groep had meer dan de helft een niet-Nederlandse herkomst.
Volgens het CBS is het risico op verdrinking bij jonge kinderen en tieners duidelijk hoger wanneer zij (of hun ouders) afkomstig zijn uit landen buiten Europa. Onder kinderen tot 10 jaar die buiten Europa zijn geboren, was het risico ruim 8 keer groter dan bij kinderen met een Nederlandse herkomst. Bij 10- tot 20-jarigen kwam verdrinking bijna 14 keer zo vaak voor. Bij kinderen jonger dan 10 jaar die in Nederland zijn geboren, maar ouders hebben van buiten Europa, was het risico 4 keer groter.
Niet-inwoners: relatief veel slachtoffers uit Polen
Van 2016 tot en met 2025 verdronken 296 mensen in Nederland die geen inwoner waren. Van deze groep was 90 procent man. Ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners kwam uit Polen.
Bij niet-inwoners verdronken in de afgelopen tien jaar 7 kinderen jonger dan 10 jaar en 26 jongeren tussen 10 en 20 jaar. Bijna de helft van alle verdronken niet-inwoners was tussen de 20 en 40 jaar.