Rettekeketette – door Peter Visser

Afgelopen zondag mocht ik samen met 18.000 Alkmaarders mee naar De Kuip. Net als waarschijnlijk al die 18.000 supporters, hadden we vorig jaar gezegd; we gaan nooit meer naar de bekerfinale. 3x een bekerfinale waar het verschil tussen de heenreis en de terugreis zo groot is, dat het bijna traumatisch is geworden. Ik zeg bijna, maar met het opschrijven van het woord bijna weet ik dat het een understatement is. Het is niet bijna traumatisch, het is traumatisch.

Vorig jaar tegen Go Ahead hadden we een bus geregeld met 21 lawaaimakers. Dan bedoel ik niet supporters met toeters en liederen. Met lawaaimakers bedoel ik vrienden die de hele weg het beter weten dan een ander. Beter dan Rutte, beter dan Cruijff, beter dan Derksen en vooral beter dan elkaar. En voor er ingeschreven stukken komen, ik geef hier ruiterlijk toe dat ik 1 van die 21 mensen ben, die ook lawaai maakt. Ook ik kan niet laten om anderen de loef af te steken. En dat moet wel, want als je tussen deze 21 herriemakers je opstelt als een sitting duck, ben je de hele dag mikpunt van hoon en spot. Aanval is de beste manier van verdedigen, alleen daar denken die andere 20 net zo over. Het is omdat we met z’n allen geen tv-waardige persoonlijkheden zijn, maar anders zou je een camera ophangen en dan heb je anderhalf uur cabaret.

Echter, toen we na een draak van een wedstrijd door een handsbal van Koopmeiners na strafschoppen de finale misten, werden we doodstil. Geen woord viel er in de bus, geen pils werd er gedronken. De wedstrijd was traumatisch, maar de terugreis ook.

Zoals gezegd, we zijn het nooit met elkaar eens, maar terug in Alkmaar stapten we eensgezind uit. Dit nooit meer. Ons niet meer bellen, we gaan liever aan het werk. De helft van deze 21 mensen weet niet eens meer wat werken is, maar desalniettemin; we gaan liever aan het werk. Zelfs toen Ajax dit jaar met 6-0 van de mat werd geveegd, dacht ik nog niet: we gaan het weer een keer proberen. Nee, geen haar op mijn hoofd. Geen denken aan, ik ga dit niet nog een keer aan. Ik had zelfs een avondje filmhuis gepland op 19 april.

En de net aan gewonnen halve finale tegen Telstar deed mij niet van standpunt veranderen. En het was ook stil vanuit de 21 betweters. Maar dan komt toch langzaam het gevoel terug… gaan we wat missen. Wat nou als het toch dit keer anders is… wat nou als er deze keer wel gewonnen wordt en ik dan in een bioscoop zit…… Langzamerhand bekroop mij het gevoel dat ik toch maar een kaartje moest bemachtigen voor de finale van de KNVB-beker.

We gingen heen… dit keer niet met de 21 lawaaimakers, maar met vier vrienden… Natuurlijk met veel lawaai, maar iets minder luid togen wij naar de Kuip. Sjaaltje, shirtje, alles was geregeld. Maar de heenweg was weliswaar opgetogen, maar niet zo wild als de andere jaren. We waren er niet gerust op. NEC speelde een wereldseizoen, twee keer van verloren in de competitie…. Het zou spannend worden.

We waren als een van de eersten in het stadion.. met 500 NEC-supporters, die nu al meer herrie maakten. We zaten in het zonnetje aan een biertje en om de terugweg alvast te verzachten, zeiden we tegen elkaar: “Dat biertje en het zonnetje nemen ze niet mee van ons af, het is nu al een rijke dag, los van de uitslag. Natuurlijk zeiden we dat tegen beter weten in. Het stadion zat vol. Links NEC en rechts AZ. En heel eerlijk; ik vond dat de NEC-sfeersupporters het beter voor elkaar hadden dan wij. Meer sfeerdoeken, zo groot als de tribune en toen het sfeerdoek wegviel, had de bovenste helft van de tribune een rood shirt aan en de onderste helft een zwart shirt. Layout technisch klopte het helemaal. Ik keek naar de AZ kant.. Rood en wit door elkaar. Ik vond het in ene een rommeltje. Toen de Nijmegenaren ook nog een doek uitrolde met de tekst. “De Denneappel gaat naar Nijmegen,” dacht ik wel. Nou Nou.. Hoogmoed komt voor de val.

De wedstrijd is geschiedenis.. 5-1. Eclatante overwinning. Aan de rechterkant van De Kuip ging het dak eraf. Links was het licht al uit. De Denneappel ging mee naar Alkmaar. Niet alleen Koopmeiners van zijn trauma af, maar wij ook. Volgend jaar ben ik weer van de partij.

We staan ermee op en we gaan ermee naar bed…….

Peter Visser