Overmacht – door Theo Hollenberg

Als mensen aan mij vragen: “Theo, kan jij eigenlijk schaatsen?”, dan zeg ik volmondig “JA”. Althans, het klinkt als “kan”, maar eerlijker is “kon”.

Ik heb al jaren geen noren van dichtbij gezien en de tijd dat ik in mijn jeugd, al rondjes schaatsend op de Kennemersingel, fantaseerde over dat ik de nieuwe Ard (Schenk) of Keessie (Verkerk) was en dat ik met overmacht alle wedstrijden won, ligt ver achter mij.

Mijn motoriek had overigens meer weg van Hilbert van der Duim maar daar zou ik ook direct voor hebben getekend. Ooit ben ik Ard Schenk tegengekomen tijdens het rijden van de Eilandspoldertocht en, hoewel hij toen al een oudere man was, kon er geen sprake zijn van ook maar aanhaken en zag ik hem snel met zijn schaatsvrienden in de verte verdwijnen. Ik had graag gevolgd, maar het was overmacht.

Tegenwoordig kijk ik graag naar schaatsen en de Olympische Winterspelen stonden dan ook zeker vol van meeleefmomenten met wat mij betreft de apotheose bij de mass start mannen. Daar zag ik een “oude man” overtuigend winnen omdat iedereen naar de jeugd stond te staren.

Even voelde ik mij weer het jongetje op de singel dat daar, net als Jorrit Bergsma, als een geweldenaar over de streep kwam. Daar werd in Milaan nog eventjes met overmacht, door iemand die genoot van waar hij mee bezig was, gedemonstreerd dat oud nog steeds bijzonder relatief is.

En nu? Noren kopen? Nee joh, straks breek ik nog wat.

Theo Hollenberg