Oh kom er eens kijken – door Peter Visser

Ik mocht een dagje met Sinterklaas mee. En niet zomaar een dag, maar de intocht! Het was een vol programma. Hij zou het centrum, de Mare en de Hoef aandoen en ik mocht er nergens tussendoor uitglippen. Niet dat ik dat van plan was, maar het werd me in niet mis te verstane woorden door Sinterklaas zelf medegedeeld. Alles erop en eraan: boottocht, fanfare, burgemeester en O Zo Snel. Nou, dat is natuurlijk een uitnodiging die je niet zomaar laat lopen.

Wat me opviel, is dat zowel de organisatie als de Pieten er een heel nauwkeurige planning op nahielden. Niets lieten ze aan het toeval over. Na de nationale intocht op Texel spoedde Sinterklaas zich naar Alkmaar, waar ook een groot schip voor hem klaar lag. Voor de inscheping werd nog even gedacht aan de inwendige mens: soep en broodjes stonden klaar. Sinterklaas was kennelijk aan de lijn, want hij liet alles staan. Toen de hete broodjes kroket voorbij kwamen, keek hij weliswaar jaloers, maar hij wees de Nederlandse lekkernij resoluut af. Zuinig zag ik hem aan een flesje water met een rietje lurken. Ik vond het knap, want zelf kan ik niets laten staan; ik eet alles. Mijn chef-kok heeft er zelfs een term voor: Peteren. Als ik de keuken binnenkom, eet ik alles binnen handbereik… Hij noemt dat dus Peteren.
Toen Sinterklaas de boot op ging, stond daar niemand minder dan burgemeester Anja. Hij leek verrast en keek bijna verliefd naar de burgemeester. Zo blij was hij om haar weer te zien. Nooit geeft ze deze taak over aan een loco en ondanks haar drukke agenda, laat ze deze dag niet aan zich voorbijgaan. Ze zou de hele dag niet meer van zijn zijde wijken. De boot legde aan bij de overvolle Noorderkade waar honderden kinderen hem zingend verwelkomden. Bewonderend keek ik naar zijn heldenstatus. Voor iedereen nam hij de tijd, zelfs zoveel dat Hoofdpiet hem maande om een beetje voortgang te maken. Hij leek zich er niets van aan te trekken. Daar stond O Zo Snel op hem te wachten; ik zag hem wat stijfjes willen opstappen. Gezien mijn vertrouwdheid met paarden hielp ik hem een beetje en al gauw spreidde hij zijn armen en riep alle kinderen met hem mee te gaan.
Net voor het opstappen zag ik mijn zus. Ik ben de helft van een tweeling en zij is de andere helft. Dus beiden net zo oud. Ik riep haar naam, maar ze zag me niet en ze hoorde me zeker niet. Ze had alleen maar oog voor de Sint. “SINTERKLAAS!” riep ze uit volle borst. Mijn zwager zag me wel en grimaste wat verveeld… Snel liep ik door, anders zou ik de zegetocht door de stad missen. Een prachtige wandeling door de binnenstad met uitgelaten mensen. In de Langestraat zag ik mijn zus weer en hoopte dat ze me nu wel zou zien. Want ik had toch een uitzonderlijke taak vandaag: meelopen met de Sint. Nee hoor, niks ervan, ze zag me niet. Ik hoorde haar wel… “Joehoe… Sinterklaas!” gilde ze. Mijn zwager stond daar inmiddels met plaatsvervangende schaamte. De burgemeester had de vlag uitgehangen op het stadhuis en trots vertelde ze aan Sinterklaas dat ze speciaal voor vandaag de ramen had gelapt. Bij C&A zag ik mijn zus voor de derde keer. “Oooh, kom er eens kijken…” zong ze uit volle borst. Ze was alleen; mijn zwager had kennelijk de kuierlatten genomen.

Aan het einde van de tocht mocht ik samen met de Sint en Pieten mee in de cabriobus naar de Mare. Alle Pieten namen een broodje en wat te drinken, maar de Sint hield zich kennelijk aan zijn dieet. Een flesje water met een rietje. Op naar de Mare, zo mogelijk nog drukker. Lopend door de Mare klampten al die kinderen zich aan hem vast. Hij ging met iedereen op de foto en gaf iedereen een boks. Hoofdpiet vroeg mij Sinterklaas een beetje voort te duwen, want hij had een druk programma. Ik drukte mijn hand zachtjes op zijn rug, wat me direct op een reprimande kwam te staan. “Ik heb voor iedereen tijd en eh… wie ben jij eigenlijk?” zei hij knorrig.

Met nog één winkelcentrum te gaan stapte het hele gevolg weer in de cabriobus. Alle Pieten hadden oliebollen gekregen en deelden deze in de bus uit. Sinterklaas zag ik weer nee schudden. “Zal ik er een paar voor u achterhouden in een apart zakje?” zei de burgemeester. “Voor als u vanavond alleen in uw kamer bent?” Sinterklaas vond dat een uitstekend idee. En terwijl de burgemeester de poedersuiker uit haar mondhoeken veegde, deed ze vier oliebollen in een zakje en stopte ze ter bewaring in haar handtas.

Daar wachtte winkelcentrum de Hoef met alweer een enorme stoet aan kinderen. Dat Sinterklaas dit volhoudt, dacht ik bij mezelf. Ik loop al de hele dag achter hem aan en hij boet niet bepaald in aan energie. Vol enthousiasme schudt hij iedereen de hand: kinderen, opa’s, oma’s en alle winkeliers. Daar staat de keurslager met zijn hele familie buiten. Ik zei ze vriendelijk gedag, maar ook hier geen oog voor mij, alleen maar voor de Sint. De keurslager bood hem zijn lekkerste grillworst aan, maar ook nu schudde hij zijn hoofd.

De lange dag kwam richting het einde. Terwijl het “Dag Sinterklaasje” luidkeels werd gezongen, namen burgemeester Anja en Sinterklaas innig afscheid en ze beloofde er volgend jaar weer te zijn bij de intocht. Het bonte gezelschap nam plaats in de cabriobus. Ik mocht naast Sinterklaas zitten. Hij liet mij een appje lezen van de burgemeester: “Lieve Sint, ik heb per ongeluk uw oliebollen mee naar huis genomen…”

Peter Visser