Of je worst lust – door Peter Visser

Ik ben omgeven door een heel interessante vriendenkring. Een deel van deze groep bestaat uit slagervrienden. Ik weet niet hoe dat komt, het is zo gegroeid. Maar het gekke is, ik heb geen groenteboeren tussen de vrienden. Ik heb niks tegen groenteboeren, maar ik ken er gewoon niet veel.

De slagervrienden daarentegen zijn ruimschoots vertegenwoordigd en voor het gemak reken ik de poelier er ook even bij. Ik heb wel eens geroepen dat ik afgestudeerd ben op slagervrienden. Ik heb ze ook in alle soorten en maten. Gewezen slagervrienden, restaurantslagervrienden, gepensioneerde slagervrienden, werkzame slagervrienden, rijke slagervrienden (arme slagervrienden bestaan niet en in die zin is het dus een pleonasme), helaas ook een dooie slagervriend, familieslagervrienden, groothandelslagervrienden, zonen van slagervrienden en dus ook een poelier. Dat is in principe ook een slagervriend, alhoewel hij dat zelf heel anders ziet en ik vraag me zelfs af of de slagervrienden hem meerekenen tot hun beroepsgroep. Maar gezien het feit dat ze allemaal in koud vlees snijden, dicht ik ook de poelier toe aan het ambacht. Ze hebben allemaal een paar kenmerken die overeenkomen: eigenwijs, ze vinden allemaal dat ze de lekkerste filet americain hebben, ze weten altijd alles over iedereen, ze hebben oplossingen voor alle politieke problemen, ze geven geld uit als water en kunnen vallen over een dubbeltje. En oh ja, ze hebben ook humor. Ik kan vreselijk met ze lachen, ook al snappen ze zelf niet altijd waarom. En als je een goed restaurant zoekt in het meest onbekende verre oord van de wereld: bel een slagervriend; hij is er al geweest. Nou zal niet elke slagervriend in Nederland zich thuis voelen bij bovenstaande omschrijving, maar heel toevallig geldt ’t wel voor mijn slagervrienden.

Nou had ik heel lang geleden twee stoelen in een skybox bij AZ. Maar een groot deel van de slagervrienden was bij ons op visite tijdens een wedstrijd. Ik werd door onze toenmalige burgemeester Bruinooge wegeroepen; hij wilde dat ik kennis maakte met Willeke Alberti. Stiekem was ik een beetje fan en daardoor verloor ik het scherpe filter. Willeke was bij AZ om geld op te halen voor het Willeke Albertifonds. Voordat ik het wist had ik een dinertafel afgenomen voor een gala ten behoeve van haar fonds. Kosten 2500 euro. Met een zwaar gemoed, ging ik terug naar de box. Hoe ging ik dit thuis weer uitleggen? Natuurlijk vertelde ik het verhaal aan mijn aanwezige slagervrienden en ze lachten me allen hartelijk uit; dat ik me zo heb laten lijmen door Willeke was voer voor mijn vrienden. Daar zwaaide de deur open, en niemand minder dan Willeke kwam binnen. De zoon van een slagervriend zat een tekenfilm te kijken en Willeke vroeg van wie dat lieve jochie was. Slagervriend glom van trots en stak gelijk zijn vinger op. En toen viel er bij mij een kwartje; Ik dacht gedeelde smart is halve smart. Ik vroeg Willeke aan mijn slagervrienden uit te leggen wat precies het Willeke Alberti fonds was en misschien wilden de slagervrienden wel een tafel kopen, net als ik. De slagervrienden keken verschrikt naar de uitgang, maar wisten: hier is geen ontkomen aan. Acht tafels verkocht Willeke en ging dolgelukkig weg, mijn slagervrienden verbouwereerd achterlatend, en ik stond als enige te schaterlachen.

De volgende dag werd ik gebeld door een van de slagervrienden. Hij had ruzie met de hele familie, zijn vader, zijn broer en zijn vrouw. Waarom, vroeg ik. Ja, die 2500 euro voor Willeke Alberti vinden ze allemaal zonde van het geld. Mijn vader had zelfs gezegd: jullie hozen het eruit en ik maar werken. Ik wil van die tafel af, maar hoe? Nou, gewoon even bellen en uitleggen dat je vader boos is, zei ik lachend. Heb jij het nummer van het management, dan verzin ik wel een smoes, maar ik moet van die tafel af, zei de slagervriend volledig in paniek. Ik had door mijn speciale actie inmiddels het privé nummer gekregen van Willeke. In de heilige overtuiging dat slagervriend met het management zou bellen, liet hij de telefoon enkele keren overgaan. Met Willeke! klonk het vrolijk aan de andere kant van de lijn. Alsof de hoorn in ene 200 graden was, gooide slagervriend de hoorn weer op de haak. Ik stond te dijenkletsen van plezier.

Ach vriend, zong ik: samen zijn is samen lachen, samen huilen…

Peter Visser