Meester Dirk on Film – door Dirk Kaan

De strubbelingen van een zij-instromer in het onderwijs

Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel om mezelf terug te horen. Ik leg het uit. Als tekstschrijver ga ik interviews altijd te lijf met kladblok, pen en dictafoon. Eenmaal thuis ga ik er dan eens rustig voor zitten; koffietje, koekje, fauteuiltje, voetenbankje; alles lijkt nog prima. Dan zet ik in alle rust mijn opgenomen gesprek op. Het spervuur aan vragen zal vast uit mijn speakers knallen, denk ik dan. Zoals zo vaak neem ik me voor om te gaan genieten van mijn diepte-interview, de ene vraag nog beter dan de andere, hoor, wederhoor, geen speld tussen te krijgen, analyses om je vingers bij af te likken, hoe verzin ik het toch allemaal. Sven Kockelmann, Coen Verbraak, Matthijs van Nieuwkerk, eat jullie heart uit!

Maar dan hoor ik hem, mijn eigen stem. Alsof er een constante West-Friese boerenkras op de naald zit. En dan die vreselijke lach na elke snedige (aldus ondergetekende) opmerking van mezelf. De inhoud is in één klap ondergeschikt geworden. Wat moet mijn geïnterviewde wel niet hebben gedacht. Weg utopisch interview, weg zelfgenoegzaamheid, weg Sonja Barend Award.

Op school ga ik ‘verplicht’ nog een stapje verder. Als zij-instromer in het onderwijs wordt namelijk van mij verwacht dat ik mezelf film terwijl ik voor de klas sta. Meester Dirk on Film dus. Nu weet ik dat er nog iets ergers is dan mijn eigen stem terug horen. Dat is om al mijn ongemak op beeld te hebben. Het is dezelfde reden waarom ik niet dans. Tuurlijk, in de TikToks van mijn dochter ben ik vaak al lijdend voorwerp. Daar hoef ik met drie vrouwen thuis overigens weinig voor te doen, lijdend voorwerp zijn. Maar hier ben ik de docent, de man die alles weet, de alleskunner. Om nog maar te zwijgen over alle andere dilemma’s die oppoppen tijdens het filmen. Vanuit welke hoek ben ik het knapst? Van onder, van boven, van achteren? Is mijn kale plek in beeld? En wat doe ik aan? Do I look fat in this?

Lang verhaal kort: het terugkijken van je ongemakkelijke zelf voor de klas is confronterend. Wat doe ik met mijn handen? ‘Ja, ik weet wel wat, maar dat staat zo schunnig’, zei Herman Finkers ooit. En toch, tussen al die onhandige bewegingen en dat heen-en-weer geschuifel, zie ik wel iemand die het probeert. Ik zie iemand die zijn best doet er iets van te maken. Iemand die toewerkt naar iets wat op een les moet gaan lijken. Het is iemand die dat doet met de juiste woorden, de juiste toon en iemand die zoekt naar het juiste moment om een leerling mee te krijgen. Ongemakkelijk? Zeker. Is er iets op aan te merken? Dat ook. Maar is het leven niet één grote leerschool? Ik zit daar nu middenin. Een leerschool met mijzelf als lijdend voorwerp.

En dus kijk ik naar mezelf op beeld. Om iets te leren, voor leedvermaak en met het spreekwoordelijke schaamrood op de eveneens spreekwoordelijke kaken. Maar ik kijk. En misschien is dat wel de essentie van onderwijs: constant kijken waar je ook zelf kan verbeteren. Voor mij begint dat in ieder geval met de eerste ongemakkelijke stappen voor de klas. Laat die eerste ongemakkelijke moves op de dansvloer dus ook maar komen!

Dirk Kaan