Koud water – door Theo Hollenberg
Dagelijks lees ik de Alkmaarsche Courant, behalve op zondag. Nog gewoon de papieren versie, want dat leest het lekkerst tijdens het ontbijt. De geur van koffie, de krant die kraakt — en dan de dans om de katernen. (Mooi woord eigenlijk, katernen. Klinkt als iets waar je na het feesten last van hebt.)
Het regionale nieuws is bij ons thuis altijd het populairst. Daar staan de verhalen in die nog een beetje over echte mensen gaan. En soms lees ik dan over wat – vaak jonge – mensen weer hebben uitgehaald. Dan denk ik onwillekeurig: hebben ze geen enkel moreel besef? Hebben hun ouders de opvoeding maar overgeslagen?
En precies op dat moment hoor ik mezelf praten. Of eigenlijk — mijn vader. Want eerlijk is eerlijk: ik was zelf ook geen toonbeeld van burgermansfatsoen. In mijn jonge jaren zwierf ik graag door de stad, om de toen nog onverklaarde onrust een plek te geven. En ergens tussen moed en onbenul belandde ik weleens na een avond stappen in een niet nader te noemen buitenbad.
We sloopten niks, maar respect voor bezit straalde er niet echt vanaf. En eerlijk gezegd was het water meestal minder koud dan de ontvangst bij thuiskomst. Toch waren dat de nachten die bleven hangen. Niet omdat ze groots of dapper waren, maar omdat ze me iets leerden over grenzen – vooral die van mezelf. En misschien ook wel over het verschil tussen domweg doen en bewust kiezen.
Als ik nu die berichten lees, frons ik nog steeds even. Maar daarna glimlach ik. Niet uit goedkeuring, maar uit herkenning. Want de waarheid is: moreel besef groeit niet uit een boekje, maar uit een verzameling goedbedoelde misstappen. En misschien is dat precies wat we jongere generaties moeten gunnen — de ruimte om af en toe in het verkeerde bad te springen.
Ik sla de krant dicht, neem een laatste slok lauwe koffie en kijk naar het licht dat over de ontbijttafel schuift. Zolang ze er op tijd weer uitklimmen, komt het allemaal wel goed.
Theo Hollenberg