Op Koningsdag gaat er in Nederland opvallend veel geld om. Niet alleen omdat we massaal de straat op gaan, maar ook omdat de officiële viering – zeker als de koninklijke familie een gemeente bezoekt – een flinke organisatie en dus een flink budget vraagt.
De kosten voor zo’n koninklijk bezoek lopen al snel in de miljoenen. Ter vergelijking: voor Koningsdag 2025 in Doetinchem lag de begroting rond de 3 miljoen euro. Voor Koningsdag 2026 in Dokkum trekt de provincie Fryslân maximaal 1,5 miljoen euro uit aan subsidie. De totale kosten voor Dokkum worden geschat op 2,5 tot 3 miljoen euro, waarbij de provincie en de gemeente Noardeast-Fryslân samen een groot deel van de rekening op zich nemen.
Maar Koningsdag draait niet alleen om uitgaven vanuit overheid en organisatie. Ook consumenten geven veel uit: in de horeca, aan eten en drinken, en natuurlijk op de vrijmarkt. Dat zie je zelfs terug in het betaalgedrag. In 2024 werden er op Koningsdag 612.000 Tikkies verstuurd, een stijging van 24% ten opzichte van 2023. Het is een dag waarop Nederland niet alleen viert, maar ook volop koopt, verkoopt en afrekent.
En dan is er de vrijmarkt: voor veel mensen dé kans om tweedehands spullen te verkopen en een extra zakcentje te verdienen. Alles bij elkaar opgeteld is Koningsdag dus een feest waar gezelligheid en economie hand in hand gaan — met miljoenen aan kosten én miljoenen aan bestedingen.