Kelt of kaaskop – Johan Blaauw

Nou nou, wat een activiteit weer in Alkmaar! De terrassen weer stampvol, de kermis weer in de stad en allerlei leuke activiteiten.
Mijn vrouw was vrijdag jarig en dat hebben we gevierd met een flinke borrel in café Bruintje. Hoe oud ze is geworden wil ze niet zeggen, maar laten we het erop houden dat ze jonger lijkt dan ze is.

Zoals gewoonlijk liep het weer aardig uit de hand, maar het was erg gezellig, heb ik horen zeggen.
De dag erna alweer om half twaalf met een houten kop in de bus naar Sittard, waar we AZ gelukkig met 0-2 zagen winnen.

En zondag togen we naar de Hout, waar ons jaarlijkse hoogtepunt plaatsvond: het Keltisch Festival, dat al jaren druk wordt bezocht.
Doedelzakken, Ierse muziek, lekker eten en bovenal het zwarte goud: Guinness.
Het festival wordt gedragen door veel vrijwilligers, die ’s nachts al bezig zijn met het opbouwen van de barren en stands.

Het is ooit ontstaan omdat er in Irish Pub Gunnery’s en in de inmiddels verdwenen pub Merv’s veel Ieren en Schotten kwamen. Mensen die hier onder meer door de Hoogovens terecht waren gekomen. Uit die Ierse en Schotse invloed is uiteindelijk het Keltisch Festival ontstaan.

Het was dit jaar weer bijzonder druk, met mensen van allerlei pluimage: mensen in kilt, excentriekelingen die zo uit de punkscene lijken te zijn weggelopen, ouderen op scootmobielen met een koelboxje in hun mandje, jongeren van allerlei gezindten en boerenpummels zoals ondergetekende.
Een ontzettend fijne en relaxte sfeer, zonder problemen. Een festival dat vanuit de gemeente wat mij betreft best wat meer steun mag krijgen.

Een festival waar zulke verschillende mensen door elkaar lopen en waar nooit incidenten zijn, moet gewoon blijven bestaan. Zeker in een tijd waarin zo gehamerd wordt op inclusiviteit.
En aangezien ik zelf een Ierse grootmoeder heb, ben ik dus driekwart kaaskop en een kwart Kelt.

Johan Blaauw