Kaaskop van de week: Ras-Alkmaarder Wim Kaspers – Vanuit het hart
Deze week zetten we een echte ras-Alkmaarder in het zonnetje: Wim Kaspers. Al sinds 1964 woont hij in onze stad en hij is niet meer weg te denken uit het Alkmaarse horecaleven. Van de snackbar op het Ritsevoort tot de legendarische Vestibule – Wim heeft overal zijn stempel gedrukt. Met zijn tomeloze energie, creatieve ideeën en liefde voor Alkmaar maakte hij van de stad een bruisende plek waar altijd iets te beleven valt. Lees hieronder zijn bijzondere verhaal vol ondernemerschap, gastvrijheid en echte Alkmaarse passie!
Ik ben geboren in 1950 te Leiderdorp, en ben na 7 jaar verhuisd naar Haarlem, maar woon sinds 1964 in Alkmaar. Ik voel mij een ras-Alkmaarder. Vanaf mijn 14e werkzaam in de horeca. Snackbar “Riche” op het Ritsevoort was mijn eerste baantje. Daar leerde ik de echte Alkmaarse bevolking kennen en, in vergelijking met het Haarlemse, heel wat minder stijf. School was niets voor mij; het werk in de snackbar had mij besmet en ik wilde niets liever dan dat voortzetten. “Chinees restaurant ‘Het Oosten’”, “Café de Grote Slok”, “Hotel Bellevue”, Egmond aan Zee, en ik zette “Café Bruintje” in Hoorn op. Dat waren mijn eerste leerscholen. Eind 1970 kocht ik “Café Bruintje Beer” aan het Ritsevoort. Een geweldige tijd waar vooral studenten zich thuis voelden, veel folkmuziek op de doordeweekse dagen. Al gauw werd het etablissement te klein en werd naar uitbreiding gezocht. Dat werd Ritsevoort 28, “Café Kees Kast” en de redactie van het Alkmaars Weekblad werden tot één pand omgesmolten. Dit werd een grote successtory: muziek, eten, cabaret en muziekoptredens waren het menu, het kon niet op. Van Youp van ’t Hek tot veel sterrenkoks en bekende muzikanten die tot de top van Nederland behoorden, traden er op. Door theater “De Vest” kreeg de Vestibule ook veel artiesten op bezoek; de Vestibule werd een pleisterplaats voor iedereen.
Alkmaar was een parel die nog uit zijn slaap moest komen. Op uitgaansgebied was er te weinig en men week uit naar het naastgelegen Bergen; dat zat mij altijd dwars. Na de opening van “De Vestibule” veranderde dat patroon en langzaam werd het interessant voor horecaondernemers zich in Alkmaar te vestigen. Op Koninginnedag week de gehele stad uit naar Amsterdam en Alkmaar was leeg. Cees Piet kwam bij mij langs en opperde het idee om samen een bescheiden Koninginnedag in Alkmaar op te zetten. Zijn visie en mijn netwerk waren een prima combinatie; de veertig kraampjes waren snel uitverkocht en de rest is geschiedenis. Alkmaar ontwaakte langzaam. De levende muziek in de diverse kroegen kreeg langzaam vaste vormen. Ik bedacht dat Alkmaar nu genoeg wakker was geschud voor een groots Jazz Festival. Samen organiseerde ik dat met Jimmy Karakusevic; het werd een groot succes, de eerste keer 54 podia met alleen jazzmuziek. Ik ging, om wat af te vallen na het stoppen met roken, hardlopen; al snel begon ik met het organiseren van een halve marathon. Alkmaar was ontwaakt en rijp voor andere creatievelingen om hun bijdrage te leveren; tot op de dag van vandaag lukt dat.
Na 30 jaar vroeg mijn vrouw hoe lang ik nog door wilde gaan; zij zat vaak alleen thuis. Een moeilijke maar juiste beslissing volgde.
Ik kreeg mooie aanbiedingen waarvan ik er een paar interessant vond. Gerard Tamis van de gelijknamige wijngroothandel vroeg mij of ik zijn team wilde versterken. Dat vond ik een geweldige uitdaging, maar waar ik ook binnenkwam voelde ik de waardering van mijn werk in de Vestibule. De eerste doosjes wijn die ik verkocht, was ik enorm trots op. Door Gijs Schot werd ik gevraagd om de evenementencommissie van “Ondernemend Alkmaar” op te fleuren; ik kreeg de vrije hand en dat werkte. Voor 340 gala-gasten de Grote Kerk afhuren, met topdiners en topmuzikanten, was heerlijk om te mogen organiseren. Ik wilde hiernaast toch een klein restaurant openen, maar de uren werken zouden hetzelfde worden, dus dit werd een mooie bed and breakfast in mijn tuin. Ik zit nog in de wedstrijd, zo voel ik dat; wegkwijnen in de vergetelheid is niets voor mij. Een specifiek persoon waar ik mee zou willen ruilen heb ik niet; mijn helden zijn de Alkmaarse bevolking. Van 1964 tot heden heeft de stad zich enorm ontwikkeld tot een mooie winkel- en uitgaansstad.

Wim Kaspers