HORECAVA – door Geoffrey Put

Grote kans dat als je deze column leest op donderdag de vijftiende, dat ik nog ergens in Amsterdam rondloop. Dat is namelijk de laatste dag van de Horecava, de jaarlijkse grootste horecabeurs van ons land. Sinds de eerste keer in 1959 altijd de tweede week van januari in het grote RAI-complex in Amsterdam.

Er zijn ook veel regionale kleinere beurzen, waaronder de Noord-Hollandse Horecabeurs bij het AZ-stadion. Maar de Horeca is enorm, met 11 grote hallen en 26.000 meter beursvloer, zo’n 70.000 bezoekers en is enkel toegankelijk voor mensen uit de horeca. De Horecava betekent dan ook HOtel, REceatie, CAfé en VAkbeurs. Van koffie tot terrasmeubilair, van kroketten tot keukenapparatuur en van servies tot kokskleding, alles is vertegenwoordigd op de ruim 700 stands.
Normaal gesproken gaan we altijd maandag heen, maar toen waren we op uitnodiging van de brouwerij te gast bij de Vrienden Van Amstel-Live in de Rotterdamse Ahoy. Je ziet, het leven van ’n barman gaat niet altijd over rozen…

Ik ga er waarschijnlijk al zo’n 40 jaar elke keer weer naar toe. Vroeger als bedrijfsleider ook als inkoper, maar nu voor het sfeertje. Want er valt altijd veel te zien hoor. Collega’s ontmoeten, mooie stands, nieuwe producten en innovaties, enthousiaste vertegenwoordigers, de verkooppraatjes en alles er omheen. Meestal eerst ’n ronde door de foodhal, in de volksmond ‘de bitterballenhal’ en dan door naar de drankenhallen, waar echt alle drankenleveranciers en groothandels aanwezig zijn. Nieuwe drankjes op de markt moeten uiteraard even gekeurd worden, u begrijpt! Hier ’n babbeltje, daar ’n knabbeltje en hier en daar ’n klein slokje.

Er is ’n tijd geweest dat de grote brouwerijen het ene jaar in de RAI Amsterdam stonden, en het andere jaar in het MECC Maastricht. Maar gelukkig is dat enige jaren geleden weer teruggedraaid, want zeg nu zelf, Amstel/Heineken niet aanwezig in hun eigen thuisstad Amsterdam, dat kan toch niet!

Even twee persoonlijke anekdotes uit de lange geschiedenis van de Horecava. Jaren geleden had Bavaria ’n mooie uitnodigende stand met grote bar en deelde gulzig uit. Ernaast stond ’n standhouder die badkuipen promootte. Maar het was natuurlijk niet de bedoeling dat sommige bezoekers gingen pootjebaden… Amstel had ook enkele jaren, ook lang geleden hoor, ’n bruine kroeg ingericht op de beurs. In de bediening liepen leerlingen van de Hotelschool. Als de vertegenwoordiger toestemming had gegeven, kon men ’n paar bieren nuttigen. Maar slimmeriken gaven de leerlingen ’n fooi vooraf, met de mededeling dat als het lampje boven de statafel heen en weer ging, er nieuw bier kon komen. Vreemd he, dat ons lampje het laatste uurtje niet stil heeft gehangen…

Vaak zijn er ’s avonds, als de beurs gesloten is, ook nog after-party’s bij de RAI of in de binnenstad. Veelal op uitnodiging van standhouders. Dat wordt dus meestal goed in de gaten houden hoe laat de laatste trein teruggaat naar Alkmaar. Want het kan zomaar nog wel eens erg gezellig worden…

De donderdag is ook de dag van de landelijke finale van de Tapwedstrijden. De beste biertappers van alle provinciale voorrondes strijden om de felbegeerde titel ‘Beste tapper van Nederland’. Namens Alkmaar doet Kelly, bardame van café In den Pimpelear, mee. Zou geweldig zijn als ze met de moordende concurrentie op het erepodium zou komen te staan! In 2005 was het laatste Alkmaarse succes, toen Maarten Baas, destijds van café Amstelhoek, als tweede eindigde. Wat ’n feest was dat toen.

Dus alvast ’n welgemeend Proost voor het weekend, en voor degenen die aan Dry January doen, je bent bijna op de helft.

Groeten, Geoffrey