Horecaheld Donald Smit van Hofman
Deze horecaheld stond eerder al in onze gedrukte lente-editie, maar omdat zijn verhaal zó lekker wegleest (en omdat horeca bij Donald Smit van Hofman echt in het bloed zit), delen we ’m ook graag nog een keer online. Van geboren worden in de shoarmazaak van zijn ouders in de Hekelstraat tot het runnen van Hofman sinds 2020: Donald vertelt open en nuchter over familie, vakliefde, ondernemen in Alkmaar en waarom horeca uiteindelijk vooral mensenwerk is.
Donald Smit van Hofman: “Horeca zit in mijn bloed – over passie, familie en ondernemen in Alkmaar”
Hoe ben je ooit in de horeca terechtgekomen en wat trok je aan in dit vak?
Zolang ik me kan herinneren, wilde ik de horeca in. Ik ben geboren in de shoarmazaak van mijn ouders in de Hekelstraat, de eerste van Alkmaar: SHALOM. Shoarma is misschien niet heel culinair, maar mijn ouders waren altijd met eten bezig. Mijn moeder kookte elke dag heerlijk en mijn vader maakte de speciale gerechten. Gamba’s in tomaat-knoflooksaus bijvoorbeeld. Hij leerde me ook dat in de koppen de meeste smaak zit, dus die moest je uitzuigen. Dat soort momenten, met familie en vrienden over de vloer, waren altijd bijzonder. Ik wist eigenlijk niet beter dan dat ik de horeca in wilde. Toevallig vroeg “Nootje”, Robert Weerman, me laatst wat horeca nou precies betekent. Nou, dat wist ik precies: Hotel Restaurant Café. Ik was 10 of 11 jaar en zat in groep 7; mijn eerste spreekbeurt ging over de horeca en dat stond groot op het krijtbord.
Wat is jouw specifieke rol binnen de zaak en wat vind je daar het leukste aan?
Sinds 2020 ben ik eigenaar van restaurant Hofman. Hofman is in 2017 geopend, toen nog met Hans Bezembinder als eigenaar. Ik heb toen als chef de kaart bedacht, samen met een heel goed team om me heen. Sommigen van hen werken er nog steeds. Nu sta ik helaas niet meer in de keuken. Wel hebben we een ijzersterk team staan, met mijn broer Jelle Smit als chef en Boris Melker als souschef. Samen houden we ons bezig met de menukaart. Zelf sta ik achter de bar, in de afwas, ik ben de technische dienst en ik doe de administratie. Ik ben eigenlijk de spil van het bedrijf. Maar eerlijk is eerlijk, ik mis de keuken wel.
Kun je je eerste ervaring in de horeca nog herinneren?
Jazeker. Dat was bij snackbar Danny – wie kent deze snackbar niet? Uien snipperen, slaatjes maken, de frituur schoonmaken en stiekem frikandellen eten als ik iets te veel had gedronken. Daarna ging ik naar De Strandjutter in Egmond aan Zee als eerstejaars leerling-kok. Hollandaise tikken naast Richard de Jong achter het hete fornuis. Daar is het koksavontuur echt begonnen. Later ben ik naar Nero in Bergen gegaan en daar heb ik pas echt leren koken.
Hoe zorg jij ervoor dat gasten een onvergetelijke ervaring hebben in jouw zaak?
Dat doen mijn collega’s. Zij zorgen voor de onvergetelijke ervaring voor de gast. Mijn taak is om ervoor te zorgen dat deze toppers lekker in hun vel zitten en dat alles werkt en heel is, zodat zij hun werk/hobby goed kunnen doen. Mijn collega’s zijn de echte helden van de horeca.
Heb je een favoriet gerecht, drankje of concept?
Het woord ‘concept’ is voor mij eigenlijk een no-go. Het klinkt zo plastic en niet echt. Horeca is juist echt. Het is mensenwerk. Favorieten heb ik zeker: een lekker koud pilsje, een goed glas wijn, of een dikke ribeye van de bbq met bearnaisesaus en natuurlijk een broodje shoarma bij Laurens op de Schoutenstraat.
Wat is jouw favoriete horecamoment in Alkmaar?
Na een avond hard werken nog een drankje doen met collega’s.
Wat doe je het liefst als je een avond vrij hebt?
Het liefst ben ik thuis met het gezin. Een avondje stappen met vrienden vind ik ook leuk, maar het allerfijnst is met mijn vrouw een nachtje weg.