Het Waagplein – door Geoffrey Put

Deze column stond in de gedrukte najaarseditie:
Het Waagstuk vroeg me om voor deze eerste papieren editie een column te schrijven, zolang het maar iets met Alkmaar te maken heeft.
Mijn eerste gedachte? Het Waagplein. Zullen we ons er maar aan wagen? Geen waaghalzerij hoor.

Tegenwoordig is het een van de bekendste horecapleinen van het land. Het hoort in het rijtje van het Rembrandtplein of Leidseplein in Amsterdam, de Grote Markt in Haarlem, Den Haag en Groningen, de Korenmarkt in Arnhem, het Vrijthof in Maastricht en Stratumseind in Eindhoven! Samen met de Platte Stenenbrug vormt het het kloppend hart van het Alkmaarse uitgaansleven. Onze stad staat vol monumenten, maar het Waagplein en het Waaggebouw met de iconische Waagtoren blijven altijd het middelpunt. Hier wordt al eeuwenlang handel gedreven, tot op de dag van vandaag.

Maar eerst even een stukje historie. Daarvoor heb ik wel wat boeken geraadpleegd, want ik ben natuurlijk geen geschiedenisleraar. Alkmaar bestaat al sinds 925 en kreeg in 1254 stadsrechten. Waar vroeger huizen tot aan de Voormeer stonden, groeide het Waagplein uit tot dé plek voor handel in kaas, boter en vlees. Die handelsfunctie heeft het plein tot op de dag van vandaag behouden. In de periode 1875 tot 1915 zijn veel panden gesloopt. In 1901 werd het Waagplein voor de laatste keer vergroot door huizen tussen de Marktstraat en Houttil af te breken. Hierdoor konden marktkooplieden sneller via de Korte Nieuwesloot de markt bereiken. De Kleine Waag, recht tegenover het Waaggebouw, werd in 1969 afgebroken. Het was een opslagplaats voor marktbenodigdheden en later een VVV-kantoor. Daarvoor kwam een appartementencomplex met onderin kinderkledingzaak Oilily.

Beneden in het Waaggebouw zitten de VVV en de Alkmaar Store, waar je souvenirs, streekproducten en cadeaus kunt kopen. Op de zolders vind je het Kaasmuseum. De Waagtoren is 55 meter hoog en al lang niet meer toegankelijk voor publiek. Toch heb ik twee keer de klim via een smalle, steile trap met touw aan de muur mogen meemaken. Schitterend weids uitzicht, en de monumentale binnenstad ligt dan letterlijk aan je voeten. Zelfs de duinen aan de kust zijn te zien. Het carillon boven heeft een omvang van 47 klokken.

Dan natuurlijk de kaasdragers en het gilde. De eerste kaasmarkt dateert uit 1365, het kaasdragersgilde werd officieel opgericht in 1622. Het kaasmarktseizoen loopt van april tot eind september, elke vrijdag van 10 tot 13 uur.
’s Morgens om 7 uur worden de kazen al uit de vrachtwagens geladen. Waar het vroeger de boeren waren die de handelswaar aanleverden, komt het nu van de kaasfabrieken. Om 10 uur wordt de kaasbel geluid, meestal door een BN’er, en kan het spektakel voor de vele toeristen beginnen. De kaaskeurders zijn dan ook aanwezig. Nadat zij de kazen hebben beoordeeld, begint de verkoop via handjeklap en wordt de kaas daarna gewogen in het Waaggebouw. De kaasdragers bestaan uit vier groepen, vemen genaamd, elk met een eigen kleur: rood, geel, blauw en groen. Ze zijn te herkennen aan de gekleurde strook rond hun strooien hoed. Aan het hoofd staat de kaasvader, te herkennen aan zijn oranje hoed en wandelstok. In juli en augustus is er op dinsdag ook een kleinere avondkaasmarkt van 19 tot 21 uur.

En dan de horeca. Stonden er vroeger auto’s geparkeerd op het plein, in de jaren ‘90 werd het autovrij en verdween het parkeerterrein. Ongelofelijk als je nu bedenkt dat er nog autootjes door het Fnidsen en de Hekelstraat reden. Voor de cafés stonden slechts enkele terrastafeltjes. Eind jaren ‘70 waren het vooral dagzaken, zoals ‘t Hartje van John Spoor en de Waag van Cos Blankendaal. Naast cafés waren er een sigarenzaak, reisbureau, Chinees restaurant, kaaswinkel, bistro, stereozaak en ijzerwarenwinkel. Toen kwamen café Corridor en later café Bascule erbij. Donderdagavond bij Corridor was populair, net als café het Vrije Vogelhuis, dat al om 7 uur ’s morgens open ging. Ideaal voor taxichauffeurs en nachtdienstpersoneel. En voor het bakkie koffie voor de bouwvakkers! Langzaamaan werden de terrassen uitgebreid. Eerst vooral wit plastic meubilair. Zo kwam er steeds meer avondhoreca op het plein, met uitzondering van de Kaasbeurs, waar op woensdag jazz werd gespeeld, maar op zaterdag om 20 uur de deur dichtging. Uniek!

Restaurant Marktzicht werd door Peter Visser verbouwd tot grandcafé Henry’s, dé plek voor de 30-plusser, in de volksmond ‘het alimentatiecafé’ genoemd, totdat de zaak in 2010 werd verkocht. Eind jaren ‘90 werd Chinees restaurant Peking verbouwd tot de Notaris, een nieuwe hotspot. In een ver verleden was het café de Keizerskroon. Met de oprichting van Stichting Evenementen Waagplein werd er meer gezamenlijk georganiseerd. Voor die tijd was er alleen bungyjumpen, kelnerrace, sterkste man-wedstrijden en touwtrekken. Met openluchtconcerten onder de naam “Zomer op het Plein” traden lokale en Noord-Hollandse bands op, waaronder Sesam, Shoreline, Flair en Headline. Het jaar daarop, in ‘77, vond ook de Platte Stenenbrug dat wel wat, en zodoende werd het om de week georganiseerd. Grote namen als Herman Brood, Hermes House Band, Anouk, de Kast, Bløf, Van Dik Hout, Gerard Joling, Erick E, Rowwen Hèze en Wolter Kroes stonden allemaal op het Waagplein. Eerst nog in een muziekkoepel, later op grote podia. Tot 2004, toen René Froger met band optrad, was de koek (en het geld) een beetje op. Toch kwamen Tribute to the Cats Band en Nick &
Simon nog optreden.

Er werd nog veel meer georganiseerd: het Jazz-festival, Dixie Night, Plein BBQ, Swinging Night, Blues Weekend, Après Ski, Oktoberfest en het Light Festival waarbij de Alkmaarse geschiedenis op het Waaggebouw werd geprojecteerd. Ook tv-uitzendingen als TROS Muziekspektakel en Nederland Muziekland vonden er plaats, waarbij het verkeer vanaf de Friesebrug al helemaal vaststond. Het plein was ook het decor van huldigingen van AZ en Jong AZ, kerstmarkten, mini-ijsbanen, kermisattracties en overdekte paviljoens.

Natuurlijk waren er ook dieptepunten. In 1989 overleden bij een uitslaande brand in restaurant Napoli drie mensen: moeder, zoontje en een baby. Uit respect bleef de horeca die dag gesloten. In 2003 werd portier Mark Kerssens neergeschoten na een zondagpleinconcert; hij overleed twee dagen later. De dader is nooit opgepakt.

Momenteel zijn er een kleine tien horecazaken op het plein. Heel veel zaken kwamen, en verdwenen ook weer. Hier volgt een kleine opsomming wat zo in m’n troebele geheugen opkomt. In willekeurige volgorde: Apothekertje, Vrije Vogels, de Waag, Bascule, Ome Ton, de Skihut, Oud Bruin, de Nap, Berries, Route 66, Prinsheerlijk, ‘t Heertje van Alkmaar, 5th Element, Zoet, Joeys, Demis, Club Cheese, Peking, Marktzicht, de Notaris, de Keizerskroon, de Lantaarn, Klikspaantje, ‘t Hartje, Slikker, Castel, de Kleine Johannes, Til 38, Bubbles & Bites, Mr. Gold, Javaanse Meisjes, Samen, Moods, Club 22, Studio 54, Cheers, Alldante, Henry’s, Nola Social, Mojo’s Hermanos, Durali Feel Good, Z!n!n, en ik ben er zeker veel vergeten op te noemen!

Nogmaals, het is nooit helemaal compleet natuurlijk. Beschouw het maar als een persoonlijke trip down memory lane! Want hoeveel voetstappen, en ook zeker zweetdruppeltjes, zal ik wel niet hebben liggen op het voor nu genoeg bejubelde Waagplein… Miljoenen! En elke keer als ik er loop, komen de herinneringen vanzelf weer boven. Het Waagplein verveelt nooit en blijft veranderen, maar het gevoel blijft altijd hetzelfde.

Tot snel dus maar weer. Groeten, Geoffrey.