- Columns
- 22 juli 2026
Herstellen is afzien – het verhaal van Jim
Jim van der Sluis (55 jaar) strijdt samen met zijn partner Miranda en zoon Thor tegen de ziekte kanker. Want zo’n strijd voer je nooit alleen: juist door er samen binnen het gezin over te praten, doe je het echt met z’n drieën.
Daar lig je dan. Na een operatie van 7 uur waarin de darmtumor is verwijderd én de stoma is opgeheven. Een dag waar je maanden naartoe leeft, maar waarvan je pas echt besef wat het betekent als je weer wakker wordt op de zaal.
Ik was vooral blij dat Miranda en Thor er waren toen ik terugkwam. Samen vierden we het met één blik en een lach op ons gezicht. Een blik die eigenlijk alles zei: hij is eruit, het kankergezwel is eruit! Ondanks de pijn, die gelukkig grotendeels door de morfine werd gedempt.
We konden het gewoon niet geloven. De kankertumor was uit mijn lichaam. Weg. Klaar. De opluchting, de lach en de tranen wisselden elkaar af. Wat is het toch bijzonder als je emoties samen kunt delen met de geliefden die naast je staan. En jou altijd hebben gesteund in deze zwarte periode.
Rond 21.00 uur gingen Miranda en Thor na een lange dag vol spanning en onzekerheid naar huis. Met de wetenschap dat de tumor eruit was en de stoma opgeheven. Ik bleef achter.
De werkelijkheid van het herstel begon meteen. Elke kleine beweging voelde alsof mijn lichaam een officiële klacht indiende. Een paar kleine slokjes water, wat gerommel in de darmen en af en toe een klein dutje. Alles rustig aan.
Tot het rond 23.00 uur alles ineens anders werd. Onder de dekens voelde ik iets wat niet helemaal klopte. Het leek vocht. Toen ik keek, schrok ik me kapot. Lijkwit trok ik aan de bel. Mijn bed was rood. Niet een beetje rood. Gewoon: de kleur rood had een hoofdrol gekregen. Ik lag in mijn eigen bloed.
Heel nuchter zei ik tegen de verpleegkundige: “Volgens mij ligt er bloed in mijn bed.”
Zij keek, drukte direct op haar noodknop en binnen een minuut stond mijn kamer vol verpleegkundigen en een arts. Het leek wel alsof iedereen tegelijk had besloten dat dit dé plek was om te verzamelen. Wat er daarna precies gebeurde weet ik niet, want ik ben even weggevallen.
Na ongeveer een uur kwam ik weer bij. Ze wilden het bed verschonen. “Kun je proberen te staan onder begeleiding?” vroeg de verpleegkundige. “Ja hoor,” zei ik, terwijl mijn vertrouwen ongeveer op hetzelfde niveau zat als mijn energieniveau: ergens onder nul.
Ik was vooral bang dat het weer zou gaan bloeden. En jawel… zodra ik stond begon het opnieuw. Dit keer samen met ontlasting en oud bloed. Geloof mij als ik zeg: het bed, de stoel, de verpleegkundige, de vloer en de kast hadden allemaal kennisgemaakt met de kleur rood. Het was bizar.
Het werd geen bed verschonen meer. Er kwam gewoon een compleet nieuw bed en een schoonmaakteam. Alsof de kamer een kleine verbouwing nodig had.
Uiteindelijk lag ik weer in bed. Met een luier om, want blijkbaar hoort dat ook bij de luxe uitvoering van herstel. Een batterij aan infusen om mijn bloeddruk op peil te houden en medicatie om de interne bloeding te stoppen.
Rond 03.00 uur viel ik eindelijk in slaap. Met het advies: nuchter blijven. De MDL-arts zou in de ochtend beslissen of er een tweede operatie nodig was. Ik besloot het thuisfront pas in de ochtend te bellen. Mochten ze toch midden in de nacht besluiten een tweede operatie te doen dan zou de verpleegkundige meteen bellen.
De volgende ochtend belde ik meteen. Het verhaal vertellen voelde vreemd. Dit was zonder twijfel de zwaarste nacht die ik ooit had meegemaakt. Maar daarna kwam het belangrijkste woord: herstellen.
Miranda en Thor waren er snel. Samen wachten op nieuws. Ze hielpen mij uit bed om naar het toilet te gaan. Gelukkig alleen nog oud bloed. De interne bloedingen waren gestopt.
Er was zoveel gebeurd dat ik de operatie zelf bijna vergeten was. Mijn lichaam draaide nog volledig op adrenaline.
Aan het einde van de ochtend kwam het verlossende bericht: geen tweede operatie nodig. Eindelijk kon het echte herstel beginnen. Stapje voor stapje. Met hulp van Miranda of een verpleegkundige liep ik kleine stukjes naar het toilet en terug. Het voelde als een marathon. Alleen had ik het idee dat iemand onderweg ook nog wat bergen had neergelegd. Daarna uitgeput terug in bed.
De pijn was gelukkig goed onder controle met medicatie. Uit bed komen en weer terug werd langzaam aan iets makkelijker. Nog steeds geen wandeling door het park, maar elke dag een kleine overwinning. Zo voelde het.
De stomazorg kwam regelmatig kijken naar de wond. Ik was altijd blij als zij binnenkwamen. Niet alleen voor de zorg, maar ook door hun positieve energie en droge humor. Soms heb je gewoon mensen nodig die even normaal doen terwijl jij ligt te herstellen van een compleet avontuur.
Ik kreeg veel bezoek en dat hielp enorm. Langzaam kwam de energie terug. Mijn bloedwaardes waren nog laag, maar niet zorgwekkend.
Na 4 dagen mocht ik naar huis. Heerlijk. Nou ja… het woord “heerlijk” kreeg wel een kleine nuance. Het stukje lopen van de afdeling naar de auto voelde als een dubbele marathon. Ik was natuurlijk te eigenwijs om in een rolstoel te gaan zitten. Want ja, trots hè. Achteraf misschien niet mijn meest sportieve beslissing.
De autorit naar huis was ook een belevenis. Elk hobbeltje in de weg voelde alsof mijn lichaam persoonlijk werd aangevallen. In en uit de auto stappen voelde als een bergbeklimming zonder voorbereiding, zonder uitrusting en zonder berggids.
Maar toen ik eenmaal thuis was… eigen omgeving, eigen ritme. Daar begon het echte herstel. En dat ging gelukkig steeds beter. Elke dag kleine stapjes vooruit. Medicatie langzaam afbouwen. Eerst 5 tot 10 minuten wandelen. Daarna iets verder. Niet spectaculair, maar wel vooruit.
Na drie weken kwam de controle bij de MDL-chirurg. Het ziekenhuis ligt eigenlijk op loopafstand, maar door het slechte weer toch maar met de auto gegaan. Ook een vorm van verstandig herstel. We waren mooi op tijd. We zaten nog maar net of daar kwam het bekende zinnetje: “Mijnheer Van der Sluis, u kunt komen.” Tijd om de spanning op te bouwen was er niet bij deze keer.
Daar zaten we dan. De eerste blik van de arts vertelde eigenlijk al heel veel. We bespraken het hele proces en vertelden ons verhaal. Alles werd nog een keer duidelijk gemaakt. Er is 24 cm darm verwijderd, inclusief de tumor en de omliggende lymfeklieren.
En het belangrijkste: ze hebben alles schoon kunnen dichtmaken en de kankertumor kunnen verwijderen. De stoma hebben kunnen opheffen zodat er weer een natuurlijke weg naar buiten is.
Dat moment was onbeschrijfelijk. De blijdschap, de opluchting en de euforie kwamen allemaal tegelijk. Na alles wat er gebeurd was: drie grote operaties, een chemokuur en maanden van lichamelijke en mentale stress. Waar eind november nog tranen van onzekerheid en verdriet waren, waren er nu tranen van geluk, euforie en intense blijdschap.
Dit hoofdstuk is afgesloten. Het laatste paaltje is geslagen. Nu begint het volgende stuk: herstellen. Rustig aan. Stap voor stap.
Maar vooral: met een heel groot gevoel van dankbaarheid voor de zorg en steun die wij hebben mogen ontvangen van het NWZ.
In de volgende blog wil ik graag met jullie terugblikken, relativeren en het conditie-opbouwenproces beschrijven.
Jim
