Ruzie met je partner omdat je ’s nachts hele bossen omzaagt. En kamperen in een tent? Vergeet het maar. Over snurken wordt vaak lacherig gedaan, maar voor veel mensen is het allesbehalve grappig: het kan echt een groot probleem zijn.
Rond snurken gaan bovendien flink wat fabels rond. Dat het alleen iets is voor mannen met overgewicht, bijvoorbeeld. Of dat je alleen snurkt als je met je mond open slaapt. Sommige mensen zweren zelfs bij een ananasplant in de slaapkamer, omdat die het geronk zou stoppen. In werkelijkheid kan iedereen snurken — jong, oud, dik, dun. En de oorzaak zit in iets wat we allemaal in onze mond hebben: de tong.
Als een blokfluit
“Dat is ook precies waarom mensen snurken als ze slapen en niet als ze wakker zijn,” zegt snurkexpert Olivier Tielemans. Overdag is je tong de hele tijd actief, maar ’s nachts verslappen je spieren. “Dat is normaal, anders kun je niet slapen.” Wat veel mensen vergeten: je tong is óók een spier. En dus ontspant hij mee zodra je in slaap valt.
“Je tong zakt dan naar beneden, richting je keelholte,” legt Tielemans uit. “Dat gebeurt bij iedereen, dus daar hoef je niet meteen van te schrikken. Alleen zakt de tong bij sommige mensen net wat verder dan bij anderen.” Daardoor ontstaat er een vernauwing in de bovenste luchtweg. Bij het inademen zorgt dat voor onderdruk in de keel, waardoor tong, huig en keelwanden als het ware naar elkaar toe worden gezogen. En precies die trillingen veroorzaken het snurkgeluid.
Tielemans vergelijkt het met een blokfluit: “Als de opening groot is, hoor je niets. Maak je de opening kleiner, dan ontstaat er wél geluid.”