Een ontmoeting in de stoomtram naar Alkmaar – door Klaas Kirpensteijn

Mijn achternaam komt weinig voor. Zolang ik me kan herinneren zijn mijn zussen en ik de enige Kirpensteijnen in het telefoonboek voor de regio Alkmaar.

Mijn jongste zus woonde lang in Ede en was ook daar de enige met deze achternaam. Maar in het nabijgelegen Wageningen was wel een bekend garagebedrijf Kirpestein. De arme tak, waarschijnlijk. Zo af en toe werd mijn zus gebeld door mannen die een afspraak wilden maken voor een grote beurt. Nou, dat kon misschien wel, maar dan wél eerst even kennismaken, zei mijn zus dan. En gaf het telefoonnummer van de garage.

Ik ben altijd wel nieuwsgierig geweest naar de roots van mijn familie, maar het is er nooit van gekomen om er echt onderzoek naar te doen. Kortgeleden kwam een van mijn zussen in contact met een mevrouw Kerpestein, die beschikte over een uitgebreid onderzoek naar haar afkomst. Daaruit blijkt dat we afstammen uit de “Herrschaft Karpenstein” in Silezië, in het huidige Polen. Daar lag in de dertiende eeuw een burcht, de Karpenstein, waar de basis werd gelegd voor onze familie.
Toch van adel dus, altijd al gedacht. Maar van de burcht resteert nu nog slechts een ruïne, dus je mag gewoon Klaas blijven zeggen.

Ik weet maar weinig over mijn voorouders. Mijn opa, Hendrik Kirpensteijn, die in Heiloo een kleine groentewinkel had, overleed heel jong aan de Spaanse griep, een heftige grieppandemie in 1918 waaraan wereldwijd miljoenen mensen overleden. Mijn vader was toen drie jaar en had geen herinneringen aan zijn vader. We hebben zelfs geen portret van hem.
Opa Hendrik was in een weeshuis opgegroeid, vertelde mijn vader, en er was geen contact met verdere familie. Mijn vader groeide op met als enige familie zijn moeder, Trijntje van Til, en zijn ook al jong overleden zusje Maartje.

Eind vorig jaar kreeg ik via Facebook een bericht van een mij onbekende vrouw die voor haar oma, die ook Maartje Kirpensteijn heet, bezig was met een onderzoek naar de familie. Ze vertelde dat ze in mijn profielfoto een duidelijke gelijkenis zag met haar overgrootvader, GijsbertusKirpensteijn. Dat moet dus ook wel een knappe kerel zijn geweest.
En het bleek te kloppen: Opa Hendrik had drie broers, die in verschillende weeshuizen zijn opgegroeid. Ze zijn daarna uitgewaaierd over het land en hadden geen of weinig contact.

Zo kon het gebeuren dat op een dag in 1913 twee jonge mannen met elkaar in gesprek raakten in de destijds bestaande stoomtram van Haarlem naar Alkmaar. Het was een geanimeerd gesprek, maar ergens tussen Limmen en Heiloo pakte een van de mannen zijn hoed en maakte zich klaar om uit te stappen. “Ik moet er in Heiloo uit, mijn broer gaat vandaag trouwen”, liet hij zijn gesprekspartner weten. “Maar mijn broer trouwt ook vandaag!”, zei daarop de andere man verbaasd.

Twee broers die elkaar voor het eerst weer ontmoetten, in een trammetje onderweg naar het huwelijk van een derde broer, in Heiloo.
Ik vind het een geweldig verhaal!

Klaas Kirpensteijn