Een kom soep en een klaphek – door Devon Zwierenberg

Stel je voor. Het is 1573. Alkmaar wordt belegerd door de Spanjaarden en de stad houdt stand. Niet omdat er een commissie vergaderde over de juiste procedure, niet omdat iemand eerst een vergunning aanvroeg. Maar omdat burgers, bestuurders en soldaten samen één ding deden. Handelen naar de situatie. Die Alkmaarse nuchterheid, het doen wat nodig is, daar werden we beroemd mee. Van Alkmaar begint de victorie. Niet van Alkmaar begint het formulier.

Ruim vierhonderd jaar later. Een koude avond in januari. Een paar vrijwilligers hebben grote pannen soep gemaakt en rijden ermee naar dnoDoen, de daklozenopvang. Auto even op de stoep, kofferbak open, pannen naar binnen. Tien minuten werk, hooguit. Iedereen blij. Behalve de handhavers, die op datzelfde moment kwamen aanrijden. Niet om te helpen tillen, maar om bonnen te schrijven.
Nu snap ik de regel, hoor. Op de stoep parkeren mag niet, zeker niet bij een uitrit van de brandweer. Daar is geen discussie over. En laat ik vooropstellen dat handhavers belangrijk werk doen. Zij staan elke dag op straat om onze stad leefbaar en veilig te houden, en dat verdient respect. Maar er was ruimte zat, er stond niemand in de weg, en die pannen droegen zichzelf niet naar binnen. Wat me stak was niet de regel zelf. Het was het totale gebrek aan gesprek. Geen “jongens, even verplaatsen graag” of “mooi werk, maar volgende keer even bellen.” Gewoon bon, en prettige dagen.
Het college verdedigde die aanpak deze week in antwoord op mijn raadsvragen. De werkwijze was “proportioneel.” Er hadden “onveilige situaties” kunnen ontstaan. Maar, en hou je vast, ze spraken ook hun waardering uit voor het werk van de vrijwilligers. Waardering in woorden, boetes in daden. Dat is een beetje alsof de burgemeester je een lintje opspeldt en je tegelijkertijd een tik op de vingers geeft. Met dank en een factuur.
En dan dat klaphekje op de Munnikenweg. Kent u het? Een stroef, metalen hek dat stoepfietsers moet tegenhouden. Een pilot, noemt de gemeente het. Klinkt modern en doordacht. Maar als je er langsloopt zie je vooral een hek waar mensen tegenaan botsen, omheen fietsen of verbaasd voor blijven staan. Het werkt niet. De stoepfietsers vinden hun weg er gewoon omheen en de voetgangers die het zou moeten beschermen staan nu te wachten bij een scharnier dat amper openkomt.
Wat me daarbij vooral opvalt is dat niemand de bewoners lijkt te hebben gevraagd wat zij er eigenlijk van vinden. Geen inspraakavond, geen buurtgesprek, geen ideeën ophalen bij de mensen die er elke dag langslopen. Gewoon een hek neerzetten en kijken wat er gebeurt.
En dat is jammer. Want het probleem van stoepfietsers is echt, en bewoners hebben er last van. Maar de oplossing zou toch moeten beginnen bij de mensen die het aangaat. Bij een gesprek aan de keukentafel, niet bij een tekentafel in het stadskantoor.
Onze kaasdragers wisten dat eeuwen geleden al. Op de Waag werd gewogen, ja, maar er werd ook onderhandeld, geschipperd, een handje geholpen. De marktmeester was streng als het moest, maar hij kende zijn pappenheimers. Hij wist wanneer de regels er waren om de boel eerlijk te houden en wanneer een beetje soepelheid juist het smeermiddel was dat alles draaiende hield. Soepelheid. Daar is een mooi woord. Zeker als het over soep gaat.
Die balans zijn we een beetje kwijtgeraakt. Niet door de handhavers zelf, want die doen hun werk zo goed als het systeem het toelaat. Maar door een bestuurscultuur waarin alles vastgelegd moet worden, waarin coulance uitgelegd moet worden, en waarin het makkelijker is om een hek neer te zetten dan om het gesprek aan te gaan. Geen wonder dat het soms wringt op straat.
Ik wil niet in een stad van klaphekjes wonen. Ik wil wonen in het Alkmaar dat ik ken. Waar een buurman even aanbelt als je auto in de weg staat. Waar de marktkoopman je helpt sjouwen als je te veel kaas hebt gekocht. Waar een handhaver een vrijwilliger met een pan soep aankijkt en zegt dat het mooi is wat ze doen, maar dat ze de volgende keer even om de hoek moeten parkeren.
Devon Zwierenberg
voorzitter van Status Quo Alkmaar