Een jaar lang 1573 – door Theo Hollenberg

Er zijn van die projecten waarvan je ergens aan het begin denkt: “Ach, dat regelen we wel even.”
De “History Show” is zo’n project. Een theatervoorstelling over het beleg van Alkmaar, voor alle groepen 7 en 8 van de scholen in de Gemeente Alkmaar. In Theater De Vest.

GRATIS.
Met muziek van een 9-koppige band, acteurs, techniek, decor, video, kostuums, kaartverkoop die eigenlijk geen kaartverkoop is, communicatie, een website, inschrijvingen, banners, mails, repetities, headsets, scripts, draaiboeken en een hoeveelheid WhatsApp-berichten waar een middelgrote klantenservice jaloers op zou worden.
En ergens tussendoor dacht ik blijkbaar: “Wij kunnen dat wel.”
Dus dat doen we. Alwéér. Voor de 6e keer.
Het mooie aan een historische voorstelling is dat je op papier alleen maar een verhaal hoeft te vertellen. In de praktijk moet je eerst zorgen dat dat verhaal überhaupt op het toneel terechtkomt.
Dat begint met een idee. Daarna komt de spreadsheet. Daarna nog een spreadsheet. En uiteindelijk kom je op het punt dat je een spreadsheet hebt waarin de spreadsheet staat die je nodig hebt om de andere spreadsheet te begrijpen.
Ik heb de afgelopen maanden ongeveer alles gedaan wat je kunt doen om een voorstelling te organiseren zonder nog maar 1 keer op het podium te staan. Ik heb teksten gelezen en herschreven. Scripts uitgeplozen. Muziek en cues bekeken. Websites gebouwd. Inschrijvingen geregeld. Mailadressen ingericht. Plaatjes gemaakt. Banners aangepast. Technische problemen opgelost waarvan ik vooraf niet wist dat ze bestonden en waarvan ik achteraf nog steeds niet precies weet waarom ze bestonden.
En ondertussen moest er ook nog een voorstelling komen.
Gelukkig doe je zoiets niet alleen.
De toppers van De Vest zorgen ervoor dat het theater ook daadwerkelijk een theater is. Dat er licht is. Geluid. Techniek. Een zaal. Een podium. Mensen die feilloos twee keer 670 kinderen en begeleiders op tijd in en uit een zaal krijgen. En vooral: mensen die precies weten wat ze moeten doen als iemand zoals ik roept dat er “even iets anders moet”.
Maar daarmee zijn we er nog niet.
Voor één History Show hebben we ongeveer 30 vrijwilligers nodig.
Dertig.
En allemaal onbetaald, gratis, om niet!
Mensen die hier hun vrije tijd in steken omdat ze het leuk vinden. Omdat ze geschiedenis belangrijk vinden. Omdat ze iets willen betekenen voor Alkmaar. Omdat ze het mooi vinden om met een groep iets neer te zetten. Dertig mensen die niet op een loonlijst van een productiehuis staan, maar die op een avond gewoon hun jas aantrekken en naar gymzalen komen. Die vrije dagen offeren om in De Vest te komen helpen.
En dat zijn niet alleen de mensen die je op het podium ziet.
Het zijn ook de mensen die zorgen dat er iets te eten is. Het zijn de mensen die iedereen vanuit de coulissen op tijd met de juiste rekwisieten het toneel op dirigeren. Mensen die zeggen: “Je hebt hier vast niet aan gedacht, dus ik heb het even geregeld.” Met alles wat er op zo’n dag moet gebeuren voordat je überhaupt kunt beginnen of als je al onderweg bent. Mensen die precies op tijd de juiste tekst laten verschijnen bij de meezingnummers.
En het mooie is: voor het publiek bestaan die dertig mensen eigenlijk niet. Die zien een voorstelling. Ze zien acteurs. Een band. Licht. Video. Een video-achtergrond. Ze zien niet die dertig vrijwilligers die ervoor hebben gezorgd dat alles op het juiste moment op de juiste plek staat.
Dat is misschien wel het leukste aan dit hele project. Je kunt een plan maken wat je wilt, maar uiteindelijk moet er op een bepaald moment een kind in een theaterzaal zitten. En dat kind moet begrijpen waarom Alkmaar in 1573 zo belangrijk was.
Niet omdat wij toevallig vinden dat geschiedenis belangrijk is. Niet omdat er ergens in een lesboek staat dat het Beleg van Alkmaar een hoofdstuk waard is. Maar omdat je wilt dat zo’n kind na afloop denkt:
“Goh. Dus DAT gebeurde hier op 8 oktober.”
Dat is volgens mij waar het om draait. Geschiedenis wordt namelijk pas interessant als het dichtbij komt.
Niet ergens in Nederland.
Alkmaar.
Niet ooit.
1573.
Niet een rijtje jaartallen en namen dat je voor een toets uit je hoofd moet leren, maar mensen die op dezelfde grond stonden als waarop wij nu lopen. Mensen die bang waren, honger hadden, ruzie maakten en ondertussen probeerden te voorkomen dat hun stad werd ingenomen.
En om dat verhaal vervolgens aan kinderen te vertellen, moet je als organisatie behoorlijk veel dingen voor elkaar krijgen. Daar kom je er dus achter dat theater eigenlijk helemaal niet alleen over theater gaat.
Het gaat over logistiek, techniek, communicatie. Over mensen die op tijd op de juiste plek moeten zijn. Over een headset die het vijf minuten voor aanvang ineens niet meer doet. Over een cue die op papier heel logisch lijkt, maar in de praktijk precies drie seconden te laat komt. Over iemand die zegt: “Dat moet toch gewoon even aangepast kunnen worden?” En dan weet je dat je avond voorbij is.
Het boeiende is dat al die dingen uiteindelijk onzichtbaar moeten zijn. Een bezoeker hoort geen overleg over de techniek. Een kind hoeft niet te weten hoeveel mensen er achter de schermen hebben gezorgd dat het licht precies op het juiste moment aangaat. Niemand applaudisseert voor een goed werkende mailinglijst. En dat is maar goed ook. Want als wij ons werk goed doen, lijkt het allemaal vanzelf te gaan.
Dat is misschien ook de belangrijkste overeenkomst tussen mijn gewone werk en dit project. Ik houd ervan om ingewikkelde dingen ingewikkeld te maken totdat ze weer eenvoudig lijken. Alleen is het bij een integratie tussen twee systemen meestal voldoende dat de data op de juiste plek aankomt. Bij een theatervoorstelling moet er ook nog iemand staan die doet alsof hij in 1573 leeft. Dat maakt het allemaal nét wat uitdagender.
En ergens tussen al die techniek, organisatie, spreadsheets, repetities en WhatsApp-berichten door gebeurde er iets wat ik vooraf niet helemaal had voorzien.
Ik ben er steeds meer van gaan houden.
Niet van de spreadsheets. Ook niet van de momenten waarop een planning voor de derde keer overhoop moet. Maar van het idee dat je met een groep mensen iets maakt wat er zonder die groep mensen niet zou zijn.
En misschien geldt dat nog wel het meest voor die dertig vrijwilligers. Dertig mensen die samen met de toppers van De Vest en iedereen achter de schermen iets maken waarvan je uiteindelijk alleen het eindresultaat ziet. Een voorstelling die straks een paar honderd kinderen laat zien dat de geschiedenis van hun eigen stad geen saaie verzameling jaartallen is.
Dat vind ik eigenlijk best een mooi resultaat voor een project waarvan we aan het begin dachten:
“Dat regelen we wel even.”
Het blijkt iets meer werk te zijn, maar op 6 oktober spelen we twee shows in een volgepakt De Vest.
Maar hé, Alkmaar is in 1573 ook niet in één middag ontzet.

Theo Hollenberg