Een citytrip maar dan anders… – het verhaal van Jim

Jim van der Sluis (55 jaar) strijdt samen met zijn partner Miranda en zoon Thor tegen de ziekte kanker. Want zo’n strijd voer je nooit alleen: juist door er samen binnen het gezin over te praten, doe je het echt met z’n drieën.

Kuur 4 zit erop. Wat een opluchting. De chemotherapie heeft niet alleen mijn tumoren een flinke optater gegeven, maar eerlijk is eerlijk: mijn lichaam kreeg er net zo goed van langs. Lichaam, geest en medicatie hebben samen gestreden, reserves aangesproken en het gewenste resultaat behaald.

Binnenkort weer om tafel met de oncoloog voor het verdere aanvalsplan om de tumoren definitief te doen verdwijnen. De eerste dagen na zo’n kuur zijn standaard geen feestje. Vermoeid, grieperig en strompelend door het huis vraag ik me soms af: is dit het nou? Waar is die sterke Jim gebleven, die normaal gesproken stuitert van energie? Gelukkig weet ik mezelf steeds weer op te peppen. Positiviteit is soms ook gewoon keihard jezelf toespreken alsof je je eigen personal coach bent. Daarbij helpt het enorm dat ik vanuit werk en thuis alle ruimte krijg om gewoon even goed “ziek” te zijn.

Voor het gesprek met de oncoloog wandelen we weer richting NWZ. Inmiddels bijna ons vaste ommetje. Toch voel ik in de wachtkamer die bekende spanning weer opkomen. Miranda voelt het, Thor voelt het… we zijn eigenlijk altijd met z’n drieën. En juist die eenheid, dat samen erin staan, geeft me ongelooflijk veel kracht. Dat voelt echt als goud.

Dan klinkt daar de verlossende stem: “Goedemorgen meneer Van der Sluis, u mag meekomen.” Het gesprek is warm, open en vertrouwd. Er is ruimte voor ons verhaal, onze vragen en ook onze spanning.
En dan komt het nieuws. De resultaten zijn boven verwachting goed. De chemo heeft flink huisgehouden en de artsen zijn positief.

Eerst gaan ze in Amsterdam vijf plekjes op mijn lever wegbranden met een leverablatie. Daarna, na herstel, volgt de darmoperatie en mag ook de stoma uiteindelijk sluiten. Miranda en ik kijken elkaar aan met die blik van: wacht even… wat?! Dit gaat ineens snel. Maar vooral: wauw… dit is goed nieuws. Voor we het weten lopen we naar buiten met een complete administratieafdeling aan afspraken. Planning, coloscopie, stomazorg… het leek wel alsof we een fulltime baan erbij kregen. Mijn hoofd maakte meteen een mooie vergelijking: in december ging mijn bloed al op citytrip naar Amsterdam, nu mag ik zelf op citytrip. Bestemming: VUmc. Niet helemaal de vakantie die je boekt voor de gezelligheid, maar toch.
In de herstelweken van de chemo krabbel ik langzaam weer op. Eerst nog even langs stomazorg voor een darmspoeling. Ja, dat is precies zo charmant als het klinkt. Daar sta ik dan, met twee verpleegkundigen die inmiddels voelen als oude bekenden, zonder enige gêne in de badkamer. Broek omlaag, darm spoelen via de stoma, en lachen… heel veel lachen. Serieus, we hebben daar meer lol gehad dan je bij zo’n situatie voor mogelijk houdt. En daarnaast doen ze professioneel hun werk.

De coloscopie verloopt daarna bijna als een routineklusje. Nog wat poliepen eruit, tumor alvast markeren… alsof ze alvast een routekaart aan het maken zijn.
Dan gaat ineens de telefoon: “Meneer Van der Sluis, kunt u 16 april komen voor de leverablatie?” Eh… jazeker. Geen seconde twijfel. Gas erop. Bijkomen stond duidelijk niet in hun woordenboek, want afspraak na afspraak volgde elkaar in rap tempo op. En dan… 5:00 uur. Tringggg. De wekker. Leverablatie-dag. In alle vroegte stappen we in de auto richting Amsterdam. Onderweg praten we honderduit. Over wat gaat komen, over hoe bizar snel het allemaal gaat, maar ook over het doel: afscheid nemen van die levertumoren die ik met alle plezier uitzwaai. Eenmaal in het VUmc kijken Miranda en ik elkaar aan, een knuffel en opbeurende woorden en dan gaat het bed door eindeloze gangen richting OK.
Eerst een katheter naar de lever — niet bepaald mijn favoriete onderdeel — en daarna door naar de operatiekamer. Zoals altijd is het daar ongeveer net zo warm als een vriesvak. Onder de CT-scan, klaar voor de ablatie. De arts gebruikt die beelden om precies te mikken. Dan komt de narcose. En zoals wel vaker denk ik vlak daarvoor niet aan iets diepzinnigs… nee hoor, ik denk aan onze vakantie in Thailand. Heerlijk eten en met die gedachte val ik weg. Deze keer word ik minder gezellig wakker. Het voelt alsof er een vrachtwagen over me heen is gereden. Eerst vooruit en daarna achteruit. Twee keer. Ik voel me compleet gesloopt. Maar dan zie ik Miranda weer, en dat verzacht direct een hoop. Met pijnstilling, rust en voorzichtig weer wat bewegen krabbel ik langzaam op. Zelfs een rondje lopen lukt weer. Na een nacht observatie mag ik naar huis. Einde citytrip Amsterdam, terug naar Alkmaar. Geen souvenirtjes, wel een lijf dat voelt alsof het een stevige verbouwing heeft gehad.

Nu is het herstellen. Rustig aan. Wandelen, slapen, herstellen. De chemo is nog steeds geen gezellig souvenir in mijn lijf, dus conditie opbouwen gaat stap voor stap. Op naar de grote darmoperatie… maar dat verhaal, én natuurlijk de bekerwinst van AZ, bewaar ik voor de volgende column/blog.
Tot slot wil ik echt een groot woord van dank uitspreken aan de afdeling oncologie in Alkmaar. Wat een geweldig team. Vriendelijk, kundig, laagdrempelig, zorgzaam, lief en attent. In een periode waarin zoveel onzeker is, maken jullie een wereld van verschil. Jullie zijn, zonder overdrijven: TOP.
Bedankt Miranda, Jim en Thor.