Dus dít zijn de verschillen tussen Parmezaanse kaas, pecorino en Grana Padano
Over een pasta, salade of in een soep: een flinke rasp kaas maakt alles lekkerder. Maar pak je dan Parmezaanse kaas? Pecorino? Of toch Grana Padano? Ze lijken soms op elkaar als een eeneiige drieling, maar er zitten wél degelijk verschillen in smaak, melksoort en waar ze vandaan komen. Handig om te weten voor je volgende rasp-sessie.
Met alle drie zit je eigenlijk goed: het zijn stuk voor stuk Italiaanse smaakmakers die je gerecht nét dat beetje extra geven. Maar de smaak is niet hetzelfde — en dat komt onder andere doordat ze niet allemaal van dezelfde melk gemaakt worden. Bij sommige gerechten is het dus slim om bewust te kiezen. We zetten de verschillen op een rij.
Pecorino Romano is de enige van de drie die niet van koemelk gemaakt is, maar van schapenmelk. De smaak is scherp, zout, pittig en kruidig. De buitenkant is hard, maar de textuur is kruimelig en kan van binnen wat zachter zijn.
Deze kaas wordt geproduceerd in Sardinië, Lazio en Grosseto (Toscane). Door de uitgesproken smaak past pecorino goed bij stevige gerechten, zoals cacio e pepe. Ook in soep doet ‘ie het verrassend goed. En hou je van een beetje pit? Pecorino schijnt ook heel lekker te zijn in combinatie met chili.
Dan de twee koemelk-kazen, te beginnen met Grana Padano. Dit is de mildste en zoetste van de drie. De smaak wordt vaak omschreven als noot- en boterachtig. De textuur is hard, korrelig en kruimelig.
Grana Padano komt uit de Po-vlakte (Noord-Italië). Omdat deze kaas wat zachter en toegankelijker is, is het een fijne keuze voor lichte gerechten, maar ook als topping op ovenschotels of om tijdens het koken te gebruiken.
Parmezaanse kaas is ook van koemelk en staat bekend om zijn zoute, nootachtige en licht pittige smaak. De structuur lijkt op die van Grana Padano: hard, korrelig en goed te raspen.