De klas als dwarsdoorsnede van de samenleving – door Dirk Kaan

Op papier bestaat een klas uit namen, gezichten en studentnummers. In werkelijkheid ontstaat er binnen een paar weken iets dat verdacht veel lijkt op de echte wereld. En zitten ze in deze samenleving op d’tjes, t’tjes, ‘t kofschip, onwelvoegelijke bijnaamzetsels, bijnamelijke voegwoorden en deels voltooide woorden te wachten? Ik dacht het niet. In zo’n klas zit de dwarsdoorsnede die je ook vindt in een vriendengroep, een voetbalteam of zelfs de Tweede Kamer. Ik ben de regelaar, de scheidsrechter en de kamervoorzitter in één. Regels? Daar doen ze niet aan.

In de vriendengroep waar ik voor de klas sta zit een leider, er zijn een paar volgers, eentje denkt de grappigste te zijn (ik spreek uit ervaring), een ander probeert altijd zijn of haar beurt te skippen en er is een buitenbeentje. Het is een mengelmoes van studenten die zichtbaar aanwezig zijn en studenten die bijna oplossen in de achtergrond, maar samen vormen ze toch een geheel. Er zijn stiltes, irritaties, onzekerheden en momenten waarop één opmerking ineens de sfeer of het onderwerp van een hele ochtend bepaalt.

Het voetbalteam waar ik les aan geef, heeft een ‘nummer 10’. Dat is degene die de sfeer bepaalt, die de lijnen uitzet. Hij of zij heeft een paar wing(wo)men, de vleugelspelers. De nummer 10 kan ze om een boodschap sturen. Dan heb je de ausputzer van de klas, de fysieke leider. Niemand durft iets tegen hem (of haar) in te brengen. De ausputzer zit helemaal achterin de klas en kan je maar het beste met rust laten. Als laatste is daar de keeper. Die past eigenlijk net niet bij de groep, een einzelgänger en een tikkeltje vreemd. Zo’n iemand die je maar het beste niet van kritiek kan voorzien, want dan ben je hem weken kwijt…

In mijn Tweede Kamer probeer ik goede orde te houden. Sommige klassen zitten rechts (voor de kijker links) en sommige aan de andere kant. De eerste studenten die binnenkomen zouden ze in Engeland ‘backbenchers’ noemen. Dicht bij de meester zitten? Ik dacht het niet. Er zijn studenten die meteen het woord nemen en anderen die overal een mening over hebben nog voordat de vraag is afgemaakt. Als docent (voorzitter) probeer ik iedereen ruimte te geven, discussies binnen de tijd te houden, escalaties te voorkomen en ondertussen nog iets inhoudelijks over te brengen.

En misschien is dat uiteindelijk ook gewoon lesgeven: proberen orde te houden in een kleine samenleving die daar totaal geen zin in heeft. De nummer 10 bepaalt de sfeer, de backbenchers onderhandelen achterin over hun weekend en de keeper voelt zich persoonlijk aangevallen door feedback op een missende tussen-n. En ik? Ik ben het lijdend voorwerp. Snappen ze toch nog iets van Nederlands.

www.talland.nl/mbo

Dirk Kaan