Het herstel van de leverablatie verloopt gelukkig voorspoedig. Langzaam maar zeker bouwen we weer richting het grote eindgevecht: de operatie waarbij de darmtumor verwijderd gaat worden. Met als stoottroepen het chirurgisch team van het NWZ. Altijd fijn als je tijdens een levensbepalende wedstrijd geen amateurs opstelt.
Ondertussen draait de wereld natuurlijk gewoon door. In de tijd dat ik ziek ben geweest, is de Westerweg veranderd van een normale uitvalsweg in een fietsstraat. Terwijl wij hier bezig zijn met kanker, operaties en overlevingsdrang, discussiëren anderen waarschijnlijk over voorrangssituaties en fietsbellen. Het leven is soms bijzonder vreemd verdeeld.
In het NWZ zijn de afspraken inmiddels bijna een geoliede machine geworden. Complimenten voor de casemanager trouwens, want alles wordt strak achter elkaar gepland. Geen drie uur wachten tussen afspraken alsof je op Schiphol zit met vertraging. Gewoon hop-hop door.
Op de MDL-afdeling zitten Miranda en ik in de wachtkamer voor het gesprek over de laatste fase: het verwijderen van de darmtumor. Oftewel: de shit gaat er letterlijk uit.
De spanning loopt toch weer op. Dit keer zitten we met z’n tweeën, want Thor heeft schoolverplichtingen. Ook dat gaat ondertussen gewoon door. Terwijl ik me voorbereid op een operatie van een paar uur, moet hij gewoon een tentamen maken. Prioriteiten.
Dan klinkt dat inmiddels bekende zinnetje:
‘Goedemiddag meneer Van der Sluis, u kunt verder komen.’
Daar zitten we weer tegenover de chirurg. Het gesprek wordt rustig opgebouwd. Eerst het hele traject tot nu toe, de bijwerkingen, hoe het met ons gaat. Geen haast, geen opgejaagd gevoel. Daarna wordt de operatie stap voor stap uitgelegd. Ook de mogelijke complicaties worden eerlijk besproken. Hard misschien, maar wel duidelijk. Geen medische verkooppraatjes. Gewoon eerlijkheid.
En dan ineens, ergens tussendoor, een zinnetje dat bij mij binnenkomt alsof AZ in de laatste minuut scoort: ‘De stoma wordt tijdens dezelfde operatie meteen opgeheven.’
Hell yeaaaaaah.
Dat ene zinnetje blijft daarna rondzingen in mijn hoofd. Geen zak chips meer op mijn buik, maar gewoon weer ouderwets naar het toilet. Dingen waar je vroeger nooit over nadacht, worden ineens persoonlijke mijlpalen.
Nog twee weken herstellen en dan is het zover. Vrij snel daarna krijgen we de operatiedatum binnen.
In de tussentijd draait ook de voorbereiding voor de bekerfinale van AZ op volle toeren. Miranda gaat samen met Thor en 17498 anderen naar de finale, terwijl ik mezelf opnieuw benoem tot teletekstsupporter van dienst. Ook een vak. Niet officieel erkend, maar toch.
Hoe bizar eigenlijk: mijn operatievoorbereiding loopt parallel aan de bekerfinale van AZ.
En wat een finale was het.
5-1. De dennenappel mee naar Alkmaar.
Voor iedereen met een AZ-hart was dit historisch. Zeker voor Peer Koopmeiners. Een jaar geleden nog die bizarre ballerina-actie in de laatste minuut waardoor alles misging… en nu de ultieme revanche.
Vooral die 3-0.
Peer die vanaf eigen helft alleen op de keeper afgaat, de bal eroverheen lobt en scoort. Die 6 seconden richting het doel moeten voor hem gevoeld hebben alsof alles wat vorig jaar fout ging, eindelijk op z’n plek viel.
Van complete ellende naar pure bevrijding in zes seconden tijd. Eigenlijk precies hoe een ziekenhuistraject soms ook voelt.
De stad ontplofte van euforie. Rood-wit overal. Mensen op straat. Toeters. Bier. Waarschijnlijk hier en daar ook iemand zonder shirt op een lantarenpaal.
En ik?
Ik vierde die hoofdprijs alleen op de bank. Maar ergens voelde het ook als mijn beker. Tijdens die 6 seconden dat Peer alleen op de keeper afging, kwam bij mij zes maanden ziekte eruit. Alles tegelijk. Tranen, spanning, opluchting. Alsof mijn eigen verlenging eindelijk werd afgefloten.
De dag van de operatie breekt aan.
Lopen naar het NWZ voelt inmiddels alsof we de route blindelings kunnen afleggen. We kennen ondertussen iedere draaideur, koffiemachine en wachtruimte. Als dit zo doorgaat krijg ik straks nog een rondleidingstaak.
Door een computerstoring mogen we direct door naar de afdeling. Ook prima. Eindelijk eens een storing waar je sneller van geholpen wordt.
Omkleden in die altijd charmante operatie-outfit — iedereen ziet eruit alsof ze auditie doen voor een ziekenhuissoap — en dan afscheid nemen. Een dikke knuffel, een kus. Ook bij deze derde operatie blijft zo’n moment beladen. Hoe vaak je het ook doet, het went nooit echt.
Dan rolt het bed richting de OK.
De operatie zou ongeveer vier uur duren.
En ja hoor… de OK blijkt opnieuw bokkoud. Ik begin inmiddels te vermoeden dat ze daar ergens ingevroren erwtjes bewaren.
De anesthesist doet de voorbereidingen en de chirurg komt nog even langs. Ontspannen, droge humor, precies wat ik nodig heb voor het laatste beetje vertrouwen.
Om 10.30 uur val ik met een Thaise glimlach onder narcose.
Om 19.00 uur word ik weer wakker op de afdeling.
Blijkbaar waren die vier uur een soort optimistische schatting geworden.
Het eerste wat ik vraag in de verkoeverkamer:
‘Is de stoma gesloten?’
De verpleegkundige zegt lachend:
‘Kijk zelf maar.’
En inderdaad.
Geen zak chips meer.
Alleen een mooie pleister.
Terug op de afdeling wachten Miranda en Thor op me. Onze blikken zeggen eigenlijk alles al. De tumor is uit mijn lijf. De stoma opgeheven. Alleen dat herstel nog even… alsof je na de Tour de France denkt: nou, laten we morgen ook meteen een marathon lopen.
Dan realiseer ik me pas dat de operatie zeven uur heeft geduurd.
Die extra uren moeten killing zijn geweest voor Miranda, Thor en iedereen die zat te wachten op een berichtje. Voor mij gingen die uren voorbij onder narcose. Voor hen tikte iedere minuut waarschijnlijk als een klok in slow motion.
De pijn wordt gelukkig netjes onder controle gehouden door de morfine. Ik eet die avond een boterham die smaakt alsof hij rechtstreeks uit een sterrenrestaurant komt. Ongelooflijk hoe lekker iets simpels ineens kan zijn. Zelfs water smaakt alsof het persoonlijk door bergmonniken gefilterd is.
Dat zijn de kleine dingen die je ineens gigantisch leert waarderen.
Miranda en Thor zitten nog even bij me. Emoties, opluchting, vermoeidheid. De troep is uit mijn lijf. Nu alleen nog herstellen.
Rond 21.00 uur gaan ze naar huis.
Mijn nacht begint.
Nog niet wetende dat dit de zwaarste nacht van mijn leven zou worden.
In mijn volgende blog: de nacht na de operatie… en waarom herstellen soms voelt alsof je dagelijks een etappe in de Tour de France loopt. Zonder fiets.