De comeback van het kasteel en de abdij van Egmond – door Bas Zevenbergen

Tussen 1635 en 1648 was het een drukte van belang in de werkplaats/atelier van “onze” Alkmaarse schilder Claes van der Heck en zijn zoon Maarten Heemskerck (vernoemd naar zijn achteroom, de belangrijke renaissance schilder Maarten van Heemskerck).

Er was ineens vraag naar afbeeldingen over Egmond, vooral naar het kasteel en de abdij. En dus ging niet alleen Claes aan het schilderen, maar ook zijn zoon en andere medewerkers en/of leerlingen. Anders gezegd, de schilderijen zijn niet alleen het werk van Claes zelf, maar ook anderen hebben hun steentje, of liever gezegd hun penseel, bijgedragen.

Volgens het Stedelijk Museum zijn er zeker 40 schilderijen over Egmond in deze periode geproduceerd. Er was dus duidelijk markt voor.

Afb.1 Panorama met kasteel en abdij. Op de achtergrond de contouren van Egmond aan Zee.
1635 Stedelijk Museum Alkmaar @eigen foto

fb.2 Kasteel van Egmond 1648 Stedelijk Museum Alkmaar @eigen foto

Maar er is wel iets vreemds aan de hand met deze plotselinge belangstelling voor de historische Egmondse gebouwen. Want van zowel het kasteel als van de abdij waren rond 1638 alleen de ruïnes nog zichtbaar.

Toen de Spanjaarden o.l.v. Don Frederik (zoon van de hertog van Alva) na de verovering van Haarlem (13 juli 1573) richting Alkmaar optrokken, was Willem van Oranje bang dat  Don het kasteel en de abdij zou gaan gebruiken als uitvalbasis of schuilplaats tijdens het beleg van Alkmaar.

Eind juli 1573 gaf Willem de opdracht aan de geuzen o.l.v. zijn trouwe maar beruchte gouverneur van het Noorderkwartier Diederik Sonoy,  om de gebouwen te verwoesten.

Het kasteel werd in brand gestoken. De abdij werd eerst grotendeel afgebroken. De materialen werden gerecycled en gebruikt voor de verdediging van Alkmaar.

TROTS
Blijft over de vraag waar de belangstelling voor deze gebouwen rond 1638 ineens vandaan kwam?

Laten we even eerlijk zijn, dat Republiekje van ons stelde qua omvang natuurlijk niet zoveel voor. En bij het begin van de 80-jarige oorlog was het machtige Spanje bij de bookmakers dan ook veruit de grote favoriet.

Maar na het grote offensief aan het begin van de oorlog o.l.v. Alva keerde het tij en wij weten in Alkmaar precies waar en wanneer.

Eigenlijk was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en zeker het machtige Holland, al tientallen jaren zelfstandig, maar bij het naderen van het officiële einde van de 80-jarige oorlog (1568-1648) kwamen de gevoelens van regionale en nationale trots boven. De kleine republiek had het grote Spanje maar mooi weten tegen te houden.

In de literatuur (Vondel, P.C. Hooft), maar ook in de schilderkunst, werd de overwinning op Spanje vergeleken met historische of Bijbelse verhalen. In de Grote Kerk is de afbeelding van David en Goliath op het orgelluik (geschilderd door de Alkmaarder Caesar van Everdingen, 1643/44) daar een mooi voorbeeld van.

Het stelt de triomftocht van Saul voor na de overwinning op de Filistijnen, maar tot frustratie van deze koning ging alle aandacht uit naar David, die de reus Goliath had weten te verslaan. Volgens Bijbelse teksten werd David hartstochtelijk toegezongen.

Afb.3 Grote Kerk…Caesar van Everdingen 1647/48

De regionale trots komt tot uiting op de historische schilderijen van Claes van der Heck.

Lamoraal van Egmont (geen typefout) werd in juni 1568 in opdracht van Alva op de Grote Markt van Brussel onthoofd. Als herinnering aan deze martelaar moeten we de hernieuwde belangstelling voor zijn kasteel en de abdij op de schilderijen van Van der Heck zien.

Bas Zevenbergen