De Accijnstoren in juli – door Bas Zevenbergen
In het NHD van 18 juli las ik een interview met restauratieschilder Brechtje de Bruijn. Met enige trots vertelde ze over het onderhoud dat haar bedrijf uitvoert aan de houtconstructie en de lantaarn van de Accijnstoren.
De Accijnstoren is natuurlijk één van de absolute blikvangers van de stad. Een prachtig monument in de typische Hollandse renaissancestijl. Het wordt vaak een ‘icoon’ genoemd, al gaat het wel wat ver om een oud belastingkantoor zo’n religieus tintje mee te geven.

Afb. 1 Accijnstoren in de steigers
BELASTINGKANTOOR
Op 11 juli 1622 ging de Alkmaarse vroedschap (het gemeentebestuur) akkoord met de bouw van de Accijnstoren. Schepen die vanaf het Zeglis de stad binnen wilden varen, moesten hier aanmeren en accijns (stedelijke belasting) betalen op goederen zoals bier, wijn, kaas, vee, vlees en touwwerk. Omgekeerd moest er bij het verlaten van de stad op handelswaar ‘buitentol’ worden betaald.
“BIER, HET VLOEIBARE GOUD”
Vooral bier was een melkkoe voor de stad. Bier gold als een eerste levensbehoefte voor jong en oud. Het water uit de grachten was sterk vervuild en ongeschikt als drinkwater. Doordat water tijdens het brouwproces werd gekookt, was bier een veilig alternatief. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werd bier gedronken en niet altijd met mate.
Alkmaar kende diverse grote bierbrouwerijen, waaronder De Boom. De Bierkade en het Verdronkenoord vormden het economisch hart van de stad. Dat veranderde geleidelijk vanaf de tweede helft van de 17e en in de 18e eeuw, toen warme dranken zoals koffie en thee populair werden en de brouwerssector onder druk kwam te staan.
ACCIJNSTOREN OP DOEK
In de 17e eeuw hadden kunstenaars weinig oog voor de Accijnstoren. De aandacht ging vooral uit naar De Grote Kerk en de Kaasmarkt. Dat veranderde toen Cornelis Pronk (1691-1759) met enige regelmaat de stad bezocht. Van hem is onderstaande prent uit 1759 bekend:

Afb.2 Cornelis Pronk @Regionaal Archief
Is Cornelis Pronk nog enigszins bekend, dat geldt zeker niet voor Jan ten Compe (1713-1761). Er is zelfs geen straatnaam naar hem genoemd. Toch was hij in de 18e eeuw een zeer gewild schilder. Hij legde de Accijnstoren vanaf het Verdronkenoord vast in een uiterst verfijnde stijl, waarin ieder detail met grote precisie aandacht heeft gekregen.

Afb.3 Jan ten Compe – Gezicht op Accijnstoren 1749
(40 x 53 cm) Stedelijk Museum
Ook de naam van Johannes Klinkenberg (1852-1924) zal lang niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. Toch geldt voor hem dat hij in zijn tijd een bekend stadsschilder was.
Hij schilderde de Accijnstoren vanaf het Zeglis met de Waagtoren op de achtergrond. Een realistisch schilderij, maar met licht impressionistische invloeden. Opvallend is dat de Accijnstoren hier nog op haar oude plek staat.

Afb. 4 Johannes Klinkenberg – Accijnstoren met Waagtoren (particulier bezit)
DE VERPLAATSING
Toen ik deze week even de werkzaamheden aan de toren ging observeren, was ik de enige belangstellende. Dat was 100 jaar geleden wel anders.
Aan het begin van de vorige eeuw werd de Bierkade als gevolg van het toenemende vracht- en autoverkeer te smal en de 22 meter hoge toren stond danig in de weg. Op initiatief van ingenieur Margadant werd een ingenieus plan ontwikkeld om de Accijnstoren te verrollen in plaats van te slopen.
In het voorjaar van 1924 gingen de voorbereidingen van start. Iedere dag werden de werkzaamheden door honderden toeschouwers gadeslagen. Ook de landelijke pers was dagelijks aanwezig, zelfs met een filmploeg (het fragment is nog altijd op YouTube te zien).
In de zomer was men klaar voor de verplaatsing. Op 29 juli 1924 keken duizenden Alkmaarders in spanning toe hoe het gevaarte over een afstand van 4 meter en 22 centimeter werd verrold in slechts 33,5 minuut.

Afb.5 De verrolling 1924 @Erfgoed Alkmaar
Bas Zevenbergen
www.thefunpartofart.com