De aanval gaat beginnen. De hulptroepen staan klaar — in de vorm van chemo-medicatie – het verhaal van Jim

Jim van der Sluis (55 jaar) strijdt samen met zijn partner Miranda en zoon Thor tegen de ziekte kanker. Want zo’n strijd voer je nooit alleen: juist door er samen binnen het gezin over te praten, doe je het echt met z’n drieën.

De aanval gaat beginnen. De hulptroepen staan klaar — in de vorm van chemo-medicatie. De startdatum van de eerste kuur komt snel dichterbij en ik voel de spanning toenemen.

Dat komt ook doordat ik als 11-jarige al eens chemo heb gehad, en daar… laten we zeggen: levendige herinneringen aan heb, die mij lang achtervolgd hebben. Al moet ik eerlijk zijn: de tijd in het Emma Kinderziekenhuis voelde soms bijna als een leuke periode waarin ik alles mocht en alles kon.
Die nare ervaringen van misselijkheid heb ik gelukkig goed kunnen bespreken met mijn huidige oncoloog, wat echt heeft geholpen om de scherpe randjes van de angst af te halen.

Mijn grootste zorg voor nu: de bijwerkingen. Wat gaat mijn lichaam doen? Waar ga ik last van krijgen? Een beetje spannend blijft het toch.
Ik ben vooraf gewaarschuwd voor de koude intolerantie — die kan zorgen voor spierverkrampingen. Nou, dat bleek geen loze waarschuwing…
Daar gaan we dan: kuur 1. Vol goede moed lopen we over de Westerweg en Lindelaan richting het NWZ Ziekenhuis — ons tweede huis inmiddels. Op de dagbehandeling oncologie worden we weer warm ontvangen.
Alles wordt rustig en duidelijk uitgelegd, stap voor stap. Dat geeft vertrouwen.
Het infuus wordt aangesloten. Miranda kijkt me aan met een blik van: “Kom op, jij kunt dit. Ik ben er voor jou.” Zonder woorden, maar met een bak energie waar je u tegen zegt.

Oké dan, laat dat infuus maar lopen.

En daar lig je dan. 2,5 uur lang. Terwijl de hulptroepen mijn lichaam binnenstromen, omdat je het even niet meer alleen redt.

Gelukkig krijg ik enorm veel energie van de mensen om me heen en van de zorg die ik krijg. Want medisch gezien wordt mijn energie juist een beetje bij beetje leeggetrokken door de chemo. Dat komt door het gevecht in mijn lichaam: positieve gedachten strijden zij aan zij met de chemo tegen de kankertumoren.

Tijdens het infuus besluit mijn arm dat hij ook wil meedoen — compleet in de kramp. Schouder doet daarna ook gezellig mee aan de krampaanval. Gelukkig komen de verpleegkundigen met warme doeken, en dat helpt (en voelt stiekem best lekker).

Na afloop krijg ik nog een duidelijke waarschuwing: kou = vijand. En ja hoor, zodra ik buiten sta merk ik het meteen. Sjaal voor de mond en snel naar huis.

De eerste kuur bestaat uit het infuus en daarna nog twee weken chemo-pillen. Daarna een rustweek — samen een cyclus van drie weken, van in totaal 4 cycli. Op een grieperig gevoel en een intense hekel aan kou na, kom ik de eerste kuur eigenlijk best goed door. Ik fiets er zelfs nog redelijk doorheen.

En dan goed nieuws: de eerste bloeduitslagen laten zien dat de tumor in ieder geval tot stilstand is gebracht. Geen groei. Dat voelt als een kleine overwinning: de vijand is tot stilstand gebracht.

In overleg met de oncoloog gaan we door met kuur 2 — op volle oorlogskracht vooruit.

En ja… kuur 2, 3 en 4? Die blijken van een ander kaliber.

De bijwerkingen worden heftiger. Serieus heftiger. De koude intolerantie, tintelingen en verkrampen bij het aanraken van het koude, het handen voeten syndroom, ik lijk wel een slang zo vaak als ik vervel. Er wordt nu op alle fronten gestreden.

Na kuur 2 dalen de bloedwaardes gelukkig verder in de goede richting, en dat maakt veel goed. Het maakt de bijwerkingen nét iets draaglijker.

Waar ik eerst nog fluitend een rondje liep, is dat nu een stuk minder vanzelfsprekend. Ik probeer nog steeds te genieten van wandelingen door Alkmaar, maar er zijn ook dagen dat mijn route beperkt blijft tot bed → bank → bed. Mijn wereldje wordt wat kleiner.

Zo ben ik inmiddels al drie maanden niet meer bij AZ geweest. Te koud, te weinig energie, en die trappen… laten we het daar maar niet over hebben. Gelukkig gaat er steeds iemand op mijn seizoenskaart zodat mijn stoeltje niet verstopt blijft in ons mooie stadion. Ik blijf ook trouw de kaarten kopen voor de beker en Conference League want hoop doet leven. Maar helaas. De koude intolerantie en conditie gooien roet in het eten.

Gelukkig is er veel steun: bezoekjes, appjes, berichtjes. En ja, soms ben ik door de chemo ook gewoon een beetje bok chagrijnig — maar zelfs dan blijven ze komen. Respect.

In de herstelweken krabbel ik steeds een beetje op.

Na kuur 3 volgt een CT-scan en bloedonderzoek. En dan… nieuws waar we letterlijk een gat van in de lucht springen: de chemo slaat goed aan. De tumoren zijn met ruim 30% geslonken!

Door deze resultaten kunnen ze lokaal verder behandelen. Dat voelt als een enorme stap vooruit.

Kuur 4 is ondanks een lagere dosering toch zwaar. Echt zwaar. Even raak ik mezelf een beetje kwijt, ondanks al het goede nieuws. Na een korte kuurstop van 36 uur en wat hulp van morfine tegen de pijn maak ik hem toch af.

De kuurperiode die 3 maanden hebben geduurd heeft een heftige strijd geleverd, positief blijven en chemo vormen een goede alliantie tegen kankertumoren. Mijn lijf is nu aan de winnende hand, wij hebben er veel voor moeten laten en nog steeds. Deze opoffering maakt alles straks nog mooier. Hoe dieper een dal hoe groener de vallei straks zal zijn.

Op naar het volgende hoofdstuk: de lokale behandelingen — een leverablatie en een darmoperatie.

Maar dat… is voor de volgende blog/column 😉

Jim van der Sluis