Culinaire tip van de week: krokante kalfsschnitzel (met filmpje)

Zin in iets klassieks dat altijd scoort? Deze week zetten we een heerlijk krokante kalfsschnitzel in het zonnetje. Een schnitzel is een heel dunne kotelet zonder bot. Traditioneel wordt een schnitzel gemaakt van kalfsvlees en gepaneerd met paneermeel.

De bekendste variant is natuurlijk de Wiener Schnitzel. Die wordt vaak geserveerd met citroen, Duitse aardappelsalade of peterselie — en soms zelfs met rode bosbessenjam.

Vroeger werd er trouwens soms goudstof aan het meel toegevoegd om een extra mooie goudbruine kleur te krijgen. En leuk weetje: in Oostenrijk is de naam Wiener Schnitzel wettelijk beschermd. Een schnitzel die daar “Wiener Schnitzel” heet, moet dus van kalfsvlees gemaakt zijn.

Bekijk het filmpje

Klik hier voor het filmpje hoe je een perfecte schnitzel kunt maken.

Noord-Italië: waar het verhaal begint
De geschiedenis van dit gerecht gaat terug naar Noord-Italië. In 1134 werd er een banket georganiseerd ter ere van de basiliek van Sint Ambrosius. Daar serveerde men een gerecht met de naam Cotoletta alla Milanese (kotelet op z’n Milaans). Dat lijkt sterk op de schnitzel: een stuk fijn gesneden kalfsvlees, geplet, gepaneerd en geserveerd met citroen.

De term Wiener Schnitzel gaat terug tot minstens 1862. Volgens het gerucht heeft een beroemde Oostenrijkse edelman, die veel tijd in de buurt van Milaan doorbracht, het gerecht in Oostenrijk geïntroduceerd.

Een eeuwenoude techniek
Het idee om taai vlees mals te maken door het plat te slaan en er schnitzels van te maken, is duidelijk één van de oudste culinaire trucs. De Romeinen waren de eersten die deze techniek toepasten. Er is zelfs een recept teruggevonden van een dun stukje gepaneerd en gebakken vlees in een van de kookboeken van Apicius.

De Romeinse legers namen hun culinaire vaardigheden mee naar de Germaanse landen — en zo verspreidde het idee zich verder door Europa.

Eet smakelijk