Bruggen in Alkmaar, Water onder de brug, waar komt dat vandaan? – door Lucas Zimmerman
Bij start van mijn project ‘brug’ lag het accent vooral op de brug. Tijdens het schrijven ontdek je dat een brug zonder water wel een erg droog verhaal wordt. De vraag is dan was er water en waar kwam dat vandaan? Alkmaar ligt niet aan een van de deltarivieren, waaruit het water was te verklaren. En ja er was water. In mijn boek ga ik wel erg ver terug in de tijd, tot in Holoceen zo’n tienduizend jaar voor onze jaartelling.

Peter Bitter (2021) reconstructiekaart rond 1000 , 1200 en 1400 n Chr.
Voor mijn verhaal geeft duizend jaar terug in de tijd ook wel een goede kijk over hoe dat nu zit met het water. Dus ga ik terug naar rond duizend na onze jaartelling. We weten daarvan uit onderzoeken en omdat de inmiddels gepensioneerde stadsarcheoloog Peter Bitter, met de vele lokale opgravingen, dit beeld voor Alkmaar nader heeft ingevuld. Daarover heeft hij veel geschreven en tekeningen gemaakt. Drie van die reconstructietekeningen gebruik ik hier om mijn verhaal duidelijk te maken.
Op de reconstructietekening van rond het jaar 1000 zijn de contouren van Alkmaar anno 2020 te zien in vage contouren, met de Mient aan de oostkant. Daar kwamen getijden- en veenstromen tezamen, dat waren de Rekere vanuit het noorden, de Die vanuit het zuiden en het Zeglis vanuit het oosten. Dat was ongeveer zo’n 500 meter van waar de voorganger van de Grote Kerk lag.
Op de reconstructietekening van zo’n 200 jaar later is de voorganger van de Grote Kerk en ’t Hoge Huys, als bestuurlijk hart omgeven door een gegraven gracht, die wel zal zijn volgelopen met regenwater. Deze gracht is weer gedempt toen de verdedigingsfunctie werd overgenomen door de stadswal.
In de 13de eeuw moet er een gracht zijn gegraven, vanaf de Rekere om de toenmalige stad naar de Die, om de stad te verdedigen. De delen die er nu nog te zien zijn, zijn het gedeelte Lindegracht en het daarop aansluitende eerste gedeelte van de Oudegracht. Ook het Noord-Hollands Kanaal is daar gedeeltelijk een overblijfsel van. Dit is allemaal goed te zien op de reconstructietekening van weer zo’n 200 jaar later. Verder zijn daarop ook de belangrijkste gegraven grachten en sloten te zien, zoals de Nieuwesloot, Laat, stukken van de Oudegracht en het Noord-Hollands Kanaal.

Na het afslaan van de Spaanse belegering werden in het oosten van de stad, bij het aanplempen van de Voormeer, waterwegen vrijgelaten, zodat de Laat en de Oudegracht langer werden en het Verdronkenoord en het Luttik Oudorp ontstonden. De Singelgracht werd gegraven in de drie maanden voor het beleg van Alkmaar in 1573, waarbij de grond werd gebruikt bij het opwerpen van de vestingwallen rond het zuidelijk deel van de stad. Zo was de stad ondertussen uitgegroeid tot aan de Bierkade, wat mooi te zien is op de kaart van Lourens Pietersz, gemaakt in 1573.Snel daarna werd de stad verder uitgebreid door eerst een vestingwal aan te leggen in de Voormeer. Aan de binnenkant van deze vestingwal ontstonden handelskaden, waar zeilschepen aanlegden. Met het aanplempen van de Voormeer ontstonden verder de twee eilanden van de Schelphoek. Dat is goed te zien op de kaart van Cornelis Drebbel, gemaakt in 1597. Alleen het Veneetse Eiland ontbreekt nog. Die komt er in 1607.
Zo zien wij dat het water geleidelijk veranderde van natuurlijke waterstromen, die werden bedijkt en van gegraven verdedigingsgracht die geleidelijk aan als open riool en vaarweg werd gebruikt, dat laatste met name in de oostelijke helft van de stad vanaf de Mient naar de Bierkade.
Volg Lucas op: Facebook: Je bent Alkmaarder als…