Bruggen in Alkmaar, waaraan te herkennen – door Lucas Zimmerman
Het kenmerkende aan een brug is dat zij over het water of een diepte ligt. In de Alkmaarse binnenstad liggen ze over het water van de grachten en het Noord-Hollands Kanaal. De ene brug is de ander niet en hoe onderscheiden zij zich? Wat herken je aan een brug? Wat we zeker zien, is dat de bruggen in de binnenstad sober en doelmatig zijn vormgegeven.
In de Alkmaarse binnenstad zien we globaal twee typen, de vast brug en de beweegbare brug, die open kan om de schepen door te laten. Daar blijft het niet bij. Vormgeving met wisselende details laten individuele bruggen van elkaar verschillen, ingegeven door mode en de gebruikte technieken. In grote lijnen is het, het silhouet van de ophaalbrug en de vast welfbrug herkenbaar. De ophaalbrug (a) met haar kenmerkende bovengrondse constructie. De vaste brug als welfbrug met in dit geval een ronde boog (b).

De vaste brug, een boomstam over het water, rustend op de wallekant, maar dan in een moderne uitvoering zal de eerste brugvorm zijn geweest. Zo zal de eerste brug in Alkmaar er ook wel uit hebben gezien. Tegenwoordig worden stalen of betonnen balken gebruikt om het water te overspannen. In de binnenstad zijn de vaste bruggen allemaal uitgevoerd als welfbrug, waarbij de bogen verschillend van vorm zijn. In de binnenstad zijn deze bruggen voorzien van een metselwerkbekleding.
Enkele voorbeelden van zo’n brug zijn de Torenburgbrug (1) of de Wagenaarsbrug,(2) met als bijzonder voorbeeld de Bokkebrug (3, 4) met een klassieke vormgeving aan de kant van de gracht en een moderne betonnen vormgeving aan de kanaalkant. Buiten de stad zie je de betonconstructie vaak wel zoals bij de viaducten en ook bij Noorderbrug (5) op de scheiding van de Frieseweg en de Noorderkade. Verder zijn er de modern strak uitgevoerde vaste bruggen (6) in de Schelphoek over de Schelphoekgracht.

In de middeleeuwen waren in onze streken de grotere overspanningen, uitgevoerd als een massieve steenconstructie, alleen met een gebogen vorm, de welf te maken. Daarbij drukte de metselstenen zich vast, waardoor het geheel een sterke constructie vormde, zoals nu nog is te zien bij de Gewelfde Stenenbrug, de Lamoraalsluis of de Baansluis.
De Gewelfde Stenenbrug heeft een fundering van rond het jaar 1500 met tot aan de waterlijn kloostermoppen van de herbouw in 1630. Het metselwerk daarboven is van latere datum. De Torenburgbrug lijkt erop maar is een betonnen welfbrug, met een bekleding van metselwerk. Deze nieuwe brug is uit 1980 staat op de plek waar al rond 1300 een brug lag. Beide bruggen uit verschillende bouwperioden hebben een vergelijkbare natuurstenen sierboog (7).
Van de beweegbare bruggen is de ophaalbrug wel de bekendste. Die begon als valbrug bij kastelen en stadsmuren, waarbij het wegdek, de val, plat tegen de poort in de muur werd opgetrokken. In steden ontwikkelde zich dat tot een ophaalbrug, gelegen tussen twee wallekanten, de kades, met een poorthamei waartegen de val werd opgetrokken.
De poorthamei bevond zich aan de zijde van de te verdedigen stad. Was de bug open dan keek de vijand tegen een ‘gesloten’ poort aan, aan de overkant van de gracht. De ophaalbruggen zijn er in meerdere vormen. Bij een smalle gracht is er alleen een ophaal gedeelte, die komt in onze binnenstad niet voor.
Bij de andere variant heeft het middelste ophaalgedeelte een verbinding met kade, de zogenaamde aanbrug. Deze kan aan de zijkant geheel zijn open zijn met houten balken en palen zoals bij de Werfbrug (a) over de Oudegracht of uitgevoerd in beton zoals de Nieuwlandbrug over diezelfde gracht.
Er zijn echter ook ophaalbruggen met stenen aanbruggen al of niet met een boogconstructie, zoals bij Bathbrug (8) en de Schapenbrug (9) over de Mient. Een ander type brug, die oogt als een vaste brug maar wel open kan, is de basculebrug met als bijvoorbeeld de St. Annabrug (10) over het Luttik Oudorp. Daarbij bevindt het contragewicht zich in een kelder, in het verlengde van de brug. Dat het een beweegbare brug is, zie je aan de slagboom of katrol met lint bij de leuning van de brug. Naast de klassieke ophaalbruggen met de hameipoort heeft Alkmaar in de binnenstad ook de grote stalen Rootorenbrug (11) waarbij de val met leuningen tussen hameibenen past, dat in tegenstelling tot het klassieke houten exemplaar van het Hollandstype, waar de val tegen de hameipoort zou komen als de leuningbalken daar niet tussen zaten. Bij de ophaalbruggen zijn verschillende details te zien aan het hamei te zien. Zoals de scharnieren tussen de hamei en de sprieten bovenop de hamei of de neuten onderaan de hameipoort kolommen, die per nrug kunnen verschillen (12,13). De leuningen (14) zijn bij alle bruggen hetzelfde met een enkele uitzonderingen zoals de Emmabrug in het verlengde van de Emmastraat.
Twee moderne bruggen over het Noord-Holland Kanaal zijn duidelijk het resultaat van een bewust ontwerp. De Ringersbrug over het kanaal naar Overstad is een ontwerp van Lody Trap, van de vormgegeven leuningen van de verbrede Friesebrug is geen opwerpen bekend. Een andere, afwijkende, brug is de Nassaubrug over de Singelgracht ongeveer tegenover de Vrouwenstraat. Waar de boomstammetjes, kneppels, de leuning voren van deze vaste brug.
Bekijk bij wandelingen de verschillen, waarover meer is te vinden het boek Bruggengeschiedenis van Alkmaar
Volg Lucas op: Facebook: Je bent Alkmaarder als…