Anton – door Peter Visser

Afgelopen week mocht ik met een vriend mee een paar dagen skiën. 4 dagen… Donderdag heen, zondag weer terug. Dit soort dingen spreek je altijd af, als je zeeën van tijd hebt, maar als de datum dichterbij komt, blijkt het toch weer een heel gedoe.

Een paar dagen weg, vliegtuig in en vliegtuig uit, opstapelende werkzaamheden op het bureau. Wat een gedoe allemaal. Waarom heb ik ja gezegd? Het appartement in zijn bezit is inderdaad wel makkelijk, maar het zal wel weer op een groen, vlak weiland liggen met in de verte zicht op een berg met een puntje sneeuw. Anderhalf uur rijden naar de eerste lift… Pffff ik zei het al een hoop gedoe…

Afgesproken werd dat mijn vriend mij zou komen halen om half 5 in de ochtend. Dat is op zich al een reden voor error. Ik ga liever om half 5 mijn bed in, dan mijn bed uit. Kan het erger?? Het kan nog veel erger.

Mijn vriend, die wekelijks deze tocht maakt, heeft altijd de kriebels. Bang dat hij het vliegtuig mist, stond hij dus om kwart over 4 voor mijn deur. ’s morgens vroeg spreek je een exacte tijd af en je komt niet een kwartier te vroeg. Dat gaat niet in mijn hoofd.
Afijn, binnen een half uur op Schiphol. Vriend houdt namelijk ook van hard rijden, dus we hebben daar 2 uur zitten wachten op een vlucht van een uur, zonder bagage. Nou ja een skibroek en een onderbroek in een rugzak, want meer mocht niet van Transavia.

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen, dat mijn vakantiegevoel altijd begint op Schiphol. Dus mijn ochtendhumeur begon te verdwijnen, als sneeuw voor de zon.
Vriend bleek het goed voor elkaar te hebben; Auto klaar op het vliegveld en nog geen uurtje later stonden we in een schitterend appartement, hip en gezellig ingericht en op 5 min afstand van verschillende zeer uitgebreide skipistes.

Wel nog een klein dingetje. Er stond slechts 1 tweepersoonsbed. Wel een groot tweepersoonsbed, maar desalniettemin slechts 1 tweepersoonsbed. Ik heb eigenlijk met mezelf afgesproken, dat ik niet meer met mannenvrienden in 1 bed ga liggen, zelfs niet meer met hen een kamer deel om kosten te besparen.
Niet omdat ik bang ben, dat zij hun been over me heen gooien, bij gebrek aan beter, maar omdat mannen (behalve ik) altijd snurken. En niet een beetje grommen, maar serieus een bos omhalen. Ik kan hier een heel rijtje beroemde Alkmaarders opnoemen, waar ik de kostenbesparende sponde mee gedeeld heb. En zij allemaal konden het best slapen onder hun eigen luide gesnurk. Alleen ik niet.

Ik lag telkens klaarwakker van het lawaai en als ze even stopten met snurken, ging ik het missen… kon ik weer niet slapen.
Vriend stelde me gerust. Ik in het grote bed en hij op de bank. Mijn vriend is een gastheer pur sang, want ’s morgens maakte hij me wakker met een kopje koffie en het ontbijt stond klaar.

Klaar voor de sneeuw, skietjes ondergebonden en daar gingen we. Dat wil zeggen …. vriend. Ik moest nog even wennen. Inmiddels 4 jaar terug en hoe was het ook alweer. Ik pakte de draad weer op. 40 jaar ervaring en 2 lessen. Ik zat snel weer in mijn oude doen.

Strak blauw, heerlijke verse sneeuw, net geprepareerd en niet druk. Alleen dat was een andere keer. Nu sneeuwde het, loeidruk, mist en heel veel bobbels. Het deerde me niet. Ik vond het prachtig om weer te doen.

Natuurlijk zeilde ik door de lucht. Natuurlijk riep ik tegen mezelf; Ho Ho.. rustig aan, gewicht op dalski en vooral vooruit kijken. Maar dat is lastig met mist.
Regelmatig vloog ik over een hoop sneeuw, die ik niet had gezien. De vlinders door mijn buik. Ik hield geen rekening met t hoogteverschil, maar bleef staan. Ik vond het geweldig.

Vriend inhalen lukte me niet, maar volgen ging prima. Net als in de après-skibar. Ik kon hem prima volgen.
Het waren 4 geweldige dagen, met 5 sterren verzorging. Ik hoop dat hij dit leest, want ik ga volgend jaar weer mee.

Peter Visser