Alkmaars college wuift kritiek rond Stadsstrand De Kade weg: “Deze signalen kennen we niet”

Er ontstond flink wat reuring nadat de gemeente Alkmaar bekendmaakte niet verder te gaan met de huidige uitbaters van Stadsstrand De Kade. In de dagen erna klonk er kritiek vanuit betrokkenen, inwoners, raadsleden en in diverse media: het proces zou onduidelijk zijn geweest en lastig uit te leggen. Maar uit de beantwoording van raadsvragen van Status Quo blijkt dat het college die signalen naar eigen zeggen niet herkent.

Op de vraag of burgemeester en wethouders de geluiden herkennen dat het traject rond het nieuwe stadsstrand “ondoorzichtig en moeilijk uitlegbaar” was, reageert het college kort en stellig: nee. Dat is opvallend, omdat kritische opmerkingen uit de lokale politiek en pers het college doorgaans wél bereiken.
Vragen over keuze voor nieuwe exploitant
De beslissing om een andere partij te kiezen als exploitant van het strandje op Overstad, en daarmee te stoppen met de ondernemers die er de afgelopen jaren actief waren, riep buiten het stadhuis veel vragen op. De huidige uitbaters gaven aan dat ze het proces als wisselend en onhelder hebben ervaren. Zo werd er volgens hen onder meer gevraagd om inzage in stukken, veranderde de route rond (Europese) aanbesteding en bleef het stil na het indienen van hun inschrijving, terwijl uiteindelijk toch werd besloten dat de andere inschrijver als beste uit de bus kwam.
Ook raadslid Devon Zwierenberg probeerde bij het college duidelijk te krijgen waarom de gemeente niet met de bestaande uitbaters doorgaat. Het college gaat daar in de beantwoording niet inhoudelijk verder op in en verwijst vooral naar de brochure die voorafgaand aan de openbare inschrijving is opgesteld.
Strikte eisen, maar weinig inschrijvers
Volgens het college stelde die brochure stevige inhoudelijke eisen, onder andere aan het horecaconcept en de architectuur. Inschrijvers moesten daarmee komen tot een uniek, aanvullend, lokaal geworteld en maatschappelijk waardevol plan. Het winnende concept voldoet daar volgens het college aan: een laagdrempelige plek met een Spaanse sfeer en visgerechten, waar bovendien ruimte is om horecapersoneel op te leiden. De eisen noemt het college proportioneel en toegankelijk.
Dat er uiteindelijk maar twee inschrijvers waren, vindt het college achteraf wel opmerkelijk. Over de reden daarvoor kan de gemeente naar eigen zeggen alleen speculeren. Eerder zei de wethouder juist niet verbaasd te zijn over het lage aantal, omdat de eisen behoorlijk specifiek waren en er op meerdere onderdelen punten te verdienen waren.

Geheimhouding en ‘achterstand’ voor nieuwe uitbaters
Een andere kritiek was dat de commotie de nieuwe uitbaters – John Steenbeek en Jefrem Groot – meteen op achterstand zette. Er werd onder meer gewezen op de week geheimhouding tot het persmoment op het stadhuis. Volgens het college was dat echter in overleg en op verzoek van de winnende partij.
Burgemeester en wethouders benadrukken dat het hele traject volgens hen correct is verlopen: open en transparant, eerlijk en zorgvuldig. De uitvraag zou op de gebruikelijke manier zijn gepubliceerd en de eisen en randvoorwaarden waren volgens het college duidelijk.
Geen evaluatie, wel onderzoek naar alternatieve horeca
Een evaluatie van het proces ziet het college niet zitten. Wel komt er een apart onderzoek naar de behoefte van Alkmaarders aan alternatieve horeca. De gemeente wil dat onderzoek afwachten, ook al is die behoefte volgens critici nu al zichtbaar. De zorg dat dit soort plekken in Alkmaar steeds schaarser wordt, deelt het college niet.
Alles bij elkaar is het beeld dat de gemeente de keuze voor een nieuwe exploitant als afgerond beschouwt: het proces was volgens het college eerlijk, iedereen kon inschrijven en de gemeente moet zich houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.