Alkmaar in beeld met Teun Jansen
Elke week nemen we je mee terug in de tijd met Teun Jansen, bekend van de Facebookgroep “Je bent een Alkmaarder als…”. Teun koppelt oude Alkmaarse foto’s aan korte, levendige verhalen vol herkenning en kleine weetjes. Zo komen geliefde straten, iconische winkels en verdwenen tradities weer tot leven.
DEZE WEEK
Alkmaarders kregen eeuwenlang hun (drink)water uit regentonnen, waterputten en waterpompen, waarvan er nog één bij de visbanken staat, totdat Alkmaar in 1886 langzaam overging op een waterleidingnet. Om druk op het water te zetten zodat het uit de kraan loopt, moet het water van hoog naar laag stromen.
Om dit te realiseren werd de watertoren gebouwd, 31,4 meter hoog, toen het hoogste gebouw, buiten de kerken om, van Alkmaar. De Alkmaarse watertoren is in 1899-1900 gebouwd en was, nog meer dan nu, een blikvanger van jewelste. Architect A. Holmberg de Beckfelt gaf de toren kantelen, waardoor het gebouw sterk deed denken aan de burcht in het stadswapen van Alkmaar. De metselaars moesten bij de bouw maar liefst 500.000 stenen verwerken en – het staat zo simpel in het bestek van de toenmalige Alkmaarse Waterleidingmaatschappij – de aannemer moest erop rekenen dat hij 65.000 kg staal van het station moest aanvoeren en ter plaatse monteren. En dat was alleen nog maar het staal voor het hoogreservoir vanaf 22 meter boven de vloer tot aan 28 meter. Geen kleinigheid, want het klinkwerk moest dicht zijn én blijven. Het reservoir, gemaakt van 1 cm dik plaatstaal, kon 800.000 liter water bevatten. Het water werd vooral ’s nachts omhoog gepompt vanuit de duinen bij Bergen. Deze watervoorraad zorgde voor een constante druk op het waterleidingnet en was een buffervoorraad bij calamiteiten.
Zelfs 800 kuub water blijkt snel verbruikt te kunnen zijn. In januari 1947, in een periode van extreme kou, sprak een lokale krantenredactie de bevolking vermanend toe: ‘Wees zuinig!’ De watertoren van Alkmaar bleek na een paar dagen van strenge vorst totaal leeg te zijn. En het volk kreeg de schuld. Uit angst voor een bevroren waterleiding en alle nadelige gevolgen van dien had een groot aantal inwoners de kranen laten lopen… Ziekenhuizen, fabrieken en hele woonwijken in Alkmaar waren plotseling verstoken van drinkwater. In 1957 stond de buurt op zijn kop door de ingrijpende renovatie aan de kop van de watertoren. De ingemetselde staalconstructie voor het hoogreservoir was zodanig door corrosie aangetast dat hele stukken staal waren doorgeroest. Met de verbouwing verdwenen de bakstenen kantelen. Toen de PWN midden jaren tachtig de toren niet langer nodig had voor de drinkwatervoorziening, de druk op het water werd overgenomen door pompen, kwam deze in de verkoop en werd in 1990 aangekocht door industrieel ontwerper Niko Hoebe en visagiste Anneke Looijesteijn.
Sinds 2015 is de toren in eigendom van ingenieursbureau Clafis Ingenieurs.

Over Teun
Maak kennis met Teun Jansen (geb. 14-11-1954), Alkmaarder in hart en nieren. Zijn stamboom aan vaderskant reikt tot 1740 en bleef al die generaties in Alkmaar; zelfs een voorouder ligt bij de Grote Kerk begraven. Aan moederskant komt opa uit Waarland, maar dreef een groentezaak op Koorstraat 5—recht tegenover diezelfde kerk. Teun groeide vanaf 1954 op in Alkmaar en kent de stad tot in haar poriën.
Na zijn vervroegd pensioen kwam Teun in contact met Jesse van Dijl, beheerder van de beeldbank van het Regionaal Archief Alkmaar (R.A.A.). Op verzoek dook hij in de bevrijdingsfoto’s van Alkmaarder Piet Bosman—zowel de collectie bij het R.A.A. als die bij het NIOD—en hielp hij beelden te duiden. Ook de glasplatencollectie van de beeldbank nam hij onder handen. Helemaal op vrijwillige basis, vanuit huis, met af en toe een pauze: “fantastisch om te doen!” Met 118.561 foto’s in de beeldbank is er genoeg voor vele avonduren speurwerk.
Wat Teun het mooist vindt: hoe oude foto’s en verhalen je blik op de stad veranderen. Als je door Alkmaar loopt, zie je ineens andere lagen—een verrijking, zegt hij. Naast zijn historische speurwerk helpt hij dinsdagavond in het Taalcafé aan de Wognumsebuurt Oekraïners met de Nederlandse taal.