Alkmaar, 1573: No Surrender – Jim van der Sluis

Nu ik de titel van deze column zo teruglees, is hij eigenlijk best wel stoer. Alkmaar, 1573 – No Surrender. Het klinkt bijna alsof ikzelf met een kaaskop op mijn hoofd de Roode Toren stond te verdedigen zij aan zij.

Vreemd eigenlijk, want ik vind dat wij Alkmaarders vooral die typische West-Friese nuchterheid hebben. Niet zozeer de branie van de mensen die zo’n dertig kilometer zuidelijker wonen. Wij doen liever gewoon. Niet te veel woorden, eerst maar eens kijken wat er gebeurt. En juist die nuchterheid had ons 453 jaar geleden bijna de das omgedaan. Haarlem was uitgemoord. De abdij van Egmond was in brand gestoken en vele boerderijen geplunderd. De Spanjaarden kwamen steeds dichterbij en in Alkmaar dachten we aanvankelijk: ach, het zal allemaal wel meevallen. Sterker nog, we sloegen de eerste hulp van de Geuzen nog af. Maar uiteindelijk drong het door dat dit misschien toch niet het moment was om op z’n Alkmaars rustig af te wachten.
Onze voornamelijk aarden wallen werden in allerijl versterkt met alles wat voorhanden was. Hout, aarde, bagger… als het maar een beetje op een verdedigingswerk leek. Geen strak staaltje moderne militaire techniek, maar wel eentje met karakter.
En gelukkig besloot Alkmaar de Geuzen binnen te laten. Daar stonden ze dan. Zij aan zij met de Alkmaarders. Mannen als Dirk Duijvel, Jacob van Cabeljauw, Trijn Rembrandts, Pieter van der Mey, Jan Arentz, de Van Foreest en Diederik van Sonoy, die op afstand een belangrijke rol speelde. Maar misschien nog wel belangrijker: de gewone burgers en boeren uit Alkmaar en omgeving.
Mensen die waarschijnlijk helemaal niet bezig waren met de vraag of ze later een standbeeld, straatnaam of schoolnaam zouden krijgen. Ze wilden gewoon hun stad verdedigen. En dat deden ze. Met moed, koppigheid en misschien ook wel een flinke dosis West-Friese eigenwijsheid.
De rest is geschiedenis. Van Alkmaar de Victorie! En die Victorie vieren wij Alkmaarders nog steeds. Misschien is dat wel het mooiste aan 8 oktober. Het is niet alleen een datum uit een geschiedenisboek. Het zit in onze stad. In onze kinderen. In onze families. In onze straten. En in musea: ons eigen Stedelijk Museum Alkmaar, maar ook in het Rijksmuseum te Amsterdam waar het zwaard van ruim 2 meter van Cabeljauw staat. Misschien moet dit pronkstuk maar eens terug naar Alkmaar.
Je ziet het tijdens de herdenking bij Victorientje, lampionnenoptocht. Kinderen die met hun zelfgeknutselde lampion door weer en wind lopen. En ze denken dat iedereen speciaal voor hem of haar komt kijken. Kijk dan! Die is van míj!
Op het Waagplein zijn er de kaasdragerswedstrijden en het ringsteken. Er is de 8 Oktoberreceptie, de kinderoptocht en de brandweer op de Kanaalkade met leuke demonstraties. De stad leeft. Opa’s, oma’s, ouders en kinderen genieten van de vele activiteiten. Het hoogtepunt van de viering is toch wel de kinderoptocht en de grote middagoptocht door de stad. Zoveel huisvlijt aan de praalwagen en kleding. Alleen maar blijde gezichten langs de kant.
De horeca doet er nog een schepje bovenop. Muziek op de pleinen, mensen op straat, een borrel in de hand en ineens kom je een Alkmaarder tegen die je misschien al jaren niet hebt gezien. “Goh, jij ook hier?” En een minuut later sta je te praten alsof je elkaar gisteren nog hebt gesproken.
Dat is Alkmaar. Trots op de stad. Trots op de rood-witte kleuren. Trots op wat hier in 1573 gebeurde. Wij hebben de Spanjaarden weggejaagd.
Althans… zo vertellen we het graag. Want ergens zit daar ook een prachtige Alkmaarse tegenstrijdigheid. In november staan dezelfde Alkmaarders met hun kinderen vol verwachting in het hart van de stad te wachten op die ene Spanjaard. Sinterklaas. Die mag dan ineens wél naar binnen. En daar sta je dan met je kind vol verwachting te wachten op de goedheiligman uit Spanje, terwijl we 453 jaar geleden nog alles uit de kast haalden om zijn voorgangers de stad uit te krijgen.
Misschien was Sinterklaas gewoon beter voorbereid. Geen leger, geen kanonnen en geen belegering. Gewoon een zak cadeautjes. Dat werkt in Alkmaar blijkbaar een stuk beter. En ondertussen herinneren we ons de mensen die in 1573 wél standhielden. Trijn Rembrandts, Pieter van der Mey en al die andere mannen en vrouwen die hun stad niet zomaar wilden prijsgeven.
En Alkmaar werd het symbool van verzet. Van Alkmaar de victorie. 453 jaar later lopen we nog steeds door dezelfde stad. We vieren, drinken, lachen, zingen en ontmoeten elkaar. En misschien is dat uiteindelijk wel de grootste overwinning. Dat de stad nog steeds leeft. Dat kinderen nog steeds met hun lampionnen door de straten lopen. Dat we nog steeds trots zijn. En dat we, geheel op z’n Alkmaars, na 453 jaar nog altijd kunnen zeggen: Wij geven ons niet zomaar gewonnen.
Alkmaar, 1573. No Surrender.
Jim van der Sluis