Ai, wat doen we met AI? – door Dirk Kaan
De mooiste teksten worden ingeleverd; foutloos, grammaticaal meer dan in orde en vlekkeloos qua stijl. Schrijvers in de dop? Onontdekte dichters? De bestseller-auteurs van morgen? Nee, het is nog steeds mijn eigen klasje. Er schrijft alleen ongezien een artificial schrijver mee. Helaas. In de klas stel ik mijn eerste en enige vraag: “Wie heeft er ChatGPT gebruikt?” De meeste vingers gaan de lucht in. Zo kan ik als docent natuurlijk nooit het niveau bepalen. Maar ik moet daarnaast toegeven dat mijn studenten best wel wat kunnen leren van de met kunstmatige intelligentie gereanimeerde teksten. “Leg je eigen tekst ernaast en je ziet alle verbeteringen.” Zo, dan hoef ik dat niet meer te doen.
Het is voorjaarsvakantie, tijd om even bij te komen. En tijd om mijn eigen chatbot een vraag te stellen.
Wat vind jij, als AI-bot, van mijn overstap naar het onderwijs?
Laat ik eerlijk zijn: ik heb geen gevoel, maar ik herken patronen. En jouw overstap — van werkveld naar onderwijs — is er zo één die klopt. Zeker op een plek als Talland Alkmaar, waar praktijk en leren dagelijks langs elkaar heen én door elkaar lopen.
Jij noemt het een overstap. Ik noem het context meenemen. Je brengt ervaringen die niet in lesmethodes staan: situaties zonder juiste antwoorden, gesprekken die anders liepen dan gepland. Precies dat is waardevol in een mbo-klaslokaal, waar studenten leren voor een wereld die zelden netjes volgens schema werkt.
Vanuit mijn algoritmische blik zie ik dat onderwijs sterker wordt wanneer theorie wordt getoetst aan werkelijkheid. Jij bént die toets. Met voorbeelden die beginnen met: “In de praktijk…” en eindigen met nuance. Dat schuurt soms, maar het houdt het onderwijs levend.
Is het de kortste route? Nee.
Is het de juiste? Op deze plek wel.
Dus wat vind ik van jouw overstap?
Niet afwijkend. Niet dapper.
Gewoon logisch.
Dirk Kaan